Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Jazzreus James Carter plet uitverkocht Bimhuis

CONCERTRECENSIE. The James Carter Organ Trio, Bimhuis Amsterdam, 3 november 2011
beeld: Julia Free
door: Jan Jasper Tamboer

Het publiek kwam voor het virtuoze vuurwerk, en de mensen kregen wat ze verlangden. Soms leek het een show en een blijk van krachtpatserij, op andere momenten leek de integriteit van James Carter boven iedere twijfel verheven. Hij bespeelt het publiek en wil het behagen, maar hij blijft zichzelf. Met zijn Organ Trio vierde hij wederom triomfen in het Bimhuis.


Gerard Gibbs, Leonard King en James Carter in een uitverkocht Bimhuis.

Het publiek staat al op zijn kop als er enige beweging in de coulissen zichtbaar is. Carter is behangen met instrumenten als hij het podium van het Bimhuis betreedt. Hij zal ze alle gebruiken deze avond: tenor-, alt- en sopraansax en dwarsfluit. Hij laat blijken dat hij goed bekend is in dit jazzhuis en neemt meteen maar het complete programma door voor het komende optreden. 'I'm the announcer', zegt hij, niet geheel zonder zelfspot. Werk van hemzelf, van organist Gerard Gibbs en van drummer, zanger Leonard King komt aan bod, evenals standards van onder meer Miles Davis en Duke Ellington. Al met al een gevarieerd repertoire, maar wel met een prominente rol voor blues.

Vreemd dat Carter in het openende up-temponummer met zijn sopraansax halverwege al een intensiteit bereikt, die hij gedurende de hele avond niet meer zal overtreffen. In de pauze hoor je stemmen opgaan, die zeggen dat het echte werk nog moet komen, dat hij later volledig los zal gaan. Helaas, het mag niet zo zijn. Toch is er spektakel genoeg, maar het wordt gedoseerd en niet gebotvierd. Carter heeft een hekel aan trucjes en uitgerekend hij wordt daar soms van beschuldigd. Zijn intensiteit lijkt een garantie om daar bovenuit te stijgen.

Carter zijn techniek is natuurlijk onovertroffen en zijn energie is ongebreideld, maar echt spannend wil het niet worden. De muziek is vrij behoudend, en hoewel er technische mogelijkheden worden onderzocht, lijken de drie toch vooral gebaande wegen te bewandelen. Carter is sterk geworteld in de jazzgeschiedenis, maar lijkt daar weinig eigens aan toe te voegen. Het echte avontuur wordt niet gezocht. De spanning die improvisatiemuziek kan opwekken, wordt hier niet bereikt.


Gerard Gibbs, Leonard King en James Carter.

De interactie tussen de drie is bij vlagen enerverend, en het samenspel verloopt zeer soepel. Drummer King heeft een voornamelijk begeleidende rol en is wat fantasieloos in zijn acties. Als zanger heeft zijn bariton een mooi, zwaar timbre, maar hij is ook weinig wendbaar. In zijn scats uit hij weinig ideeën. Carter en Gibbs vermaken elkaar met plagerijtjes. Soms parafraseert de een de ander, maar vaker herhalen ze elkaars noten, waarbij ze het de ander steeds moelijker maken, totdat die het niet meer bij kan benen. Dit tot grote hilariteit onder het publiek. Een beproefde, maar ook wat versleten formule, die nog prima werkt.

The James Carter Organ Trio kan bij tijd en wijlen bijzonder opzwepend zijn. Dan is het aangenaam om je te warmen aan het vuur. Op andere momenten zakt de boel in elkaar. Over het geheel genomen is de muziek te voorspelbaar. Wat ontbreekt, is de onzekerheid over de afloop van een frase of een patroon. Maar misschien is het te veel gevraagd om alle gewenste eigenschappen van de ideale muzikant op één persoon te projecteren. Carter is al groot genoeg.


© Jazzenzo 2010