Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Een instrumentbeheersing om bang van te worden

CONCERTRECENSIE. Christian McBride Trio, ’t Schuttershof  Middelburg, 2 november 2014 
door: Mischa Beckers










Het trio van contrabassist Christian McBride aan het werk in 't Schuttershof. Foto © Mischa Beckers.



‘Down by the riverside’? Daar begon het Christian McBride Trio dit concert toch echt mee. Een enkeling zong het zachtjes mee. Wat gingen we nu meemaken? McBride is er duidelijk in. Met dit trio speelt hij straight ahead jazz. Geen moeilijke maatsoorten en - wisselingen, swingen moet het.

Zo verkondigt hij in een serie promotiefilmpjes die op Youtube is te vinden. Ook een bewuste keuze van zijn relatief jonge trioleden: drummer Ulysses Owens Jr. en pianist Christian Sands (respectievelijk 31 en 25 jaar). Owens wil dat hun vorig jaar verschenen album ‘Out Here’ een herontdekking van straight ahead jazz teweeg brengt. Niet door de voorgaande generatie te kopiëren maar door een fris geluid neer te zetten. 

Hank Jones
Sands put uit de traditie van Billy Taylor, Oscar Peterson en Hank Jones, maar hij studeerde ook bij moderne pianisten als Vijay Iyer en Jason Moran. En hij mengt die invloeden op zijn eigen manier. De pianist wil de mythe ontkrachten dat je als jazzmuzikant niet creatief kunt zijn als je straight ahead speelt. Ze kennen de traditie, maar pikken ook op wat ze nu meekrijgen. Het modernste dat ze kunnen doen is zichzelf zijn. Was getekend, het Christian McBride Trio.

Dus weefde Sands langzaam steeds extremere toevoegingen in de akkoorden van ‘Down By The Riverside’. Trok ze uiteen en ging er mee aan de haal, terwijl McBride met een grote glimlach de basis plukte. ‘Easy Walker’ van Billy Taylor klonk bij Sands heerlijk gemoedelijk, terwijl de laagjes eronder niet zo simpel zijn. Freddie Hubbards ‘Povo’ kreeg een stevige  groove mee. 

Pure harmonische schoonheid was ‘Sophisticated Lady’ van Duke Ellington. Daarin sprankelden de akkoorden ingetogen en subtiel. Nog indrukwekkender was Sands als het tempo omhoog ging. In ‘Interlude’ van J.J. Johnson bijvoorbeeld. In een moordtempo reeg hij oplopende en dalende lijnen aaneen. Gedubbeld in octaven, tegen elkaar in of furieus afgezet tegen een stortvloed aan akkoorden. Het was goed opletten geblazen, want soms onderbrak hij die watervallen kort en bracht een venijnige riff in, tegen het ritme in gespeeld, of syncopisch. En vertrokken was hij weer, razend door de registers.

Slepende baslijn
Inmiddels kwam ook McBride’s ‘I Guess I’ll Have To Forget’ voorbij. Een mooi melodisch stuk met een dikke slepende baslijn eronder. Wat opviel is hoe dit trio steeds een cadans in elk stuk vasthield, zoals bij Brook Bowmans’ ‘East Of The Sun (West Of The Moon)’ bijvoorbeeld. Owens en Sands hielden het heel zachtjes en subtiel aan de gang, zodat McBride het naar zich toe kon trekken. Net zo goed lieten de bassist en pianist soms een miniem fundament vloeiend doorlopen, zodat Owens zijn creativiteit ten toon kon spreiden.

Het was een mooi gezicht, McBride als een mentor tussen zijn jongere kompanen in. Met die grote glimlach, grappen makend met Owens en sympathieke aanmoedigingen strooiend. En, straight ahead of niet, als McBride zich liet gelden toonde hij een instrumentbeheersing om bang van te worden. Zijn walking bass klinkt zo vanzelfsprekend dat je gemakkelijk vergeet wat een beheersing dit vergt. 

Maar hij kroop elk nummer wel een keer uit zijn begeleidende rol. Speelde dan gedragen de melodie en gebruikte die als opstap naar een extatische improvisatie. Of hij daarin nu kleine akkoorden heel hoog op de hals speelde, via razendsnelle slides naar noten gleed, een stuk met louter flageoletten opbouwde of als een ratelende mitrailleur salvo’s over snaren vuurde; het was allemaal loepzuiver, precies en sprekend.

Puzzelen
Niet alleen was ‘Down By The Riverside’ het begin van het concert. McBride koos het ook als toegift. Sands moest nog even puzzelen op wat de akkoorden ook al weer waren en begon toen aan een vers avontuur. 


© Jazzenzo 2010