Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Kaja Draksler tart improvisatiekunst

CONCERTRECENSIE. Young VIPS Tournee. Kaja Draksler (met Matiss Cudars en Onno Govaert), Loran Witteveen & Kwintet. Porgy & Bess, Terneuzen, 14 maart 2015
beeld: Eddy Westveer
door: Erno Elsinga

Dat pianiste Kaja Draksler de status van belofte reeds ontgroeid is, bewees de Sloveense tijdens een zinderende set in de Terneuzense Porgy & Bess. Uitgaande van uitgeschreven korte motieven oversteeg ze met haar trio de improvisatiekunst en gaf ze nieuwe richting aan het begrip instant composing.

  
Pianiste Kaja Draksler trad op met slagwerker Onno Govaert en gitarist Matiss Cudars. Pianist Loran Witteveen nam zijn Kwintet mee. 

Draksler vormt samen met pianist Loran Witteveen het boegbeeld van de jongste editie van de Young VIPS Tournee die tot en met eind mei middels dubbelconcerten door het land trekt. Twee pianisten met een verschillende kijk op improvisatie en derhalve een contrastrijk affiche.

Draksler (1987) bracht deze maand twee duoalbums op de markt; het live opgenomen ‘Bums’ met slagwerker Onno Govaert en ‘Miniatures from our livingroom’ met de Letse gitarist Matiss Cudars. Aanvankelijk zou de pianiste met beiden een duo-optreden verzorgen, maar de Sloveense besloot tot een trio waardoor ontdekkingstochten naar ritmische mogelijkheden, korte motieven en melodieën – respectievelijk de uitgangspunten van de improvisatiealbums – samenvielen.

Brouwsel
Het werd een intense trip waarin Draksler, Goveart en Cudars hun instrumenten voorzagen van talloze vindingrijkheden. Draksler bewoog zich als een chef-kok boven haar instrument. Middels belletjes, fluitjes, borstel, stokjes, ellebogen en vuisten en plukkend en vegend over de snaren telkens nieuwe ingrediënten toevoegend aan het improvisatiebrouwsel. Daaronder speelde ze fijnzinnige ritmische patronen en melodieën, onderwijl nauw communicerend met vooral slagwerker Govaert die zijn nonchalante, losse maar stevige ritmepatronen naadloos liet samenvloeien met de creatieve gedachtesprongen van Draksler.

  
Draksler, Govaert en Cudars op het podium van Porgy & Bess. Contrabassist Lennart Heyndels (Witteveen Kwintet).

Cudars besloot zijn elektrische gitaar (waarmee hij een duidelijke stempel drukt op het album ‘Miniatures from our livingroom’) te verruilen voor de akoestische. Jammer, want door gebrek aan volume kwam zijn inbreng nauwelijks tot zijn recht.

Echter, het unieke van dit trio schuilt in de samenhang van de gebruikte attributen in combinatie met het instrumentarium. Waardoor het trio herhaaldelijk klonk als één instrument, het de improvisatie ontsteeg en ter plekke composities ontstonden. Rijk aan dynamiek de verbeelding voedend.  

Loran Witteveen
Het kwintet van pianist Loran Witteveen opende de avond. Met altsaxofonisten Jasper van Damme en Toms Rudzinskis als bliksemafleiders op de voorgrond, spinde Witteveen met contrabassist Lennart Heyndels en slagwerker Pit Dahm fraaie triostukken op de achtergrond. 

  
Het Loran Witteveen Kwintet met altsaxofonisten Toms Rudzinskis en Jasper van Damme en slagwerker Pit Dahm.

Inspiratie puttend uit de de 20e eeuwse klassieke muziek ontrolde Witteveen zijn vrije improvisaties op ontvankelijke wijze over de door hem gecomponeerde stukken. Van Damme en Rudzinskis speelden unisono de thema’s en soleerden beurtelings. Spannender werd het wanneer Witteveen het samenspel aanging met de lyrische baslijnen van Heyndels en het losse slagwerk van Dahm.

Witteveen koppelt knisperende akkoorden aan een mooie toonbehandeling en een trefzekere intonatie. Zoals in het op Monk geïnspireerde ‘Jolijt’, waarin Van Damme en Rudzinsky weliswaar een bepalende rol spelen in de springerige akkoordwisselingen, maar waar het elan toch vooral van Witteveen, Heyndels en Dams afkomstig is.


© Jazzenzo 2010