Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

All Ellington schippert tussen traditie en vrije bewerking

CONCERTRECENSIE. All Ellington, Bimhuis, Amsterdam, 29 december 2016
beeld: Karen van Gilst
door: David Cohen

De muziek van Edward ‘Duke’ Ellington (1899 – 1974) wordt met een zekere regelmaat gespeeld, bewerkt en opnieuw op de plaat gezet. Zowel beoefenaren van straight ahead jazz als vrij improviserende musici kunnen met de schatkist van de legendarische componist en bigbandleider uit de voeten: men vergelijke Deborah Carters ‘Diggin’ the Duke!’ met de Ellington-bewerkingen van het Instant Composers Pool Orchestra.


Het ensemble All Ellington met bandleider en cornettist Eric Boeren (l) en contrabassist Wilbert de Joode in het Bimhuis. 

Polen
Het in 2013 door cornettist en bandleider Eric Boeren opgerichte collectief All Ellington schipperde in het Bimhuis tussen deze beide polen. De kern van het ensemble bestaat naast Boeren uit improviserend oudgediende Michael Vatcher (slagwerk) en de recent met de BUMA Boy Edgar-prijs bekroonde contrabassist Wilbert de Joode. Zo nu en dan waren beiden in bloedvorm en stuwden ze de complete band naar voren, zoals op het slotstuk ‘Cotton Tail’, maar het kwam ook geregeld voor dat de ritmesectie de stukken in een andere richting wilden drijven dan de blazerssectie.

De Joode speelde op de ‘Creole Blues’, in een duet met Boeren, geheel vrij en met bijzonder veel kunnen en smaak, maar zocht diezelfde vrijheid ook vaak op waar ze niet echt op haar plaats was, zoals in een verder strak gearrangeerde versie van ‘Rockin’ in Rhythm’. Vatcher drumde geregeld met karakteristieke energie, maar liet bij langzame stukken het tempo behoorlijk slepen. Het geluid van zijn drumstel liet bovendien te wensen over. Zijn vocale bijdrage op het door Michael Moore gearrangeerde ‘I’m Just A Lucky So And So’ werd terecht met luid applaus begroet.


Pianist Oscar Jan Hoogland, zangeres Jodi Gilbert en altsaxofonist Gideon Tazelaar.

Gilbert
Meer vocale bijdragen kwamen van zangeres Jodi Gilbert, die evenzeer verraste met een prachtige vertolking van ‘Sophisticated Lady’ (men hoort niet vaak hoe mooi de tekst van dat stuk eigenlijk is) als met rijkelijk bizarre, raspende, schreeuwerige klanken. Op de toegift na de inmiddels ingeburgerde staande ovatie, ‘Just Squeeze Me’, zong ze een ietwat jolig maar niet onfraai duet met de Canadese trompettist Jimmy Sernesky, die eerder op de avond enige schitterende langzame passages voor zijn rekening had genomen.

All Ellington leverde wat de naam belooft: muziek van Ellington in een nieuw jasje. De band biedt een avontuurlijk mengsel van traditionele arrangementen en vrije benaderingen. Net als ieder experiment kan dat soms goed uitpakken en soms mislukken. Het wordt pas problematisch wanneer de mislukking het wint van het welslagen, en al helemaal wanneer dat lijkt te komen door een gebrek aan controle bij de uitvoering. Af en toe dreigde het concert inderdaad die kant op te gaan. Gelukkig bood het optreden van All Ellington voldoende prachtige passages, vooral in het uitmuntende solowerk van tenorsaxofonist Natalio Sued en baritonsaxofonist Giuseppe Doronze, om de wat matigere delen naar de achtergrond te dringen.


© Jazzenzo 2010