Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Craig Taborn geselt piano in abstracte improvisaties

CONCERTRECENSIE. Craig Taborn solo, Paradox Tilburg, 29 januari 2017
beeld: Liesbeth Keder
door: Erno Elsinga

De hoog aangeschreven Amerikaanse pianist Craig Taborn brengt sinds zo’n twintig jaar sporadisch werk onder eigen naam uit. Zijn laatste wapenfeit betreft ‘Flaga: Book of Angels Volume 27’ uit 2015, een trioalbum met werk van John Zorn. Daarnaast maakt Taborn furore in de groepen van Chris Potter en Dave Holland. Afgelopen weekeinde speelde de pianist twee soloconcerten in Nederland; vrijdag in het Bimhuis en twee dagen later in de Paradox in Tilburg.

  
Craig Taborn achter de Yamaha-vleugel tijdens zijn improvisatieconcert in Paradox.

Resonantie
In een geheel geïmproviseerde set van krap een uur onderzocht Taborn in de Paradox met agressief impressionistisch spel de diverse klankkleuren en resonanties van de piano. De Amerikaan geselde het instrument in het hoog en laag met terugkerende ritmische patronen waarin opborrelende boventonen en snelle melodische versieringen verdieping en verbeeldingskracht brachten. 

De verborgen dynamiek in Taborns abstract percussieve spel bevatte een veelvoud aan overstelpende indrukken. Bulderende bassen die middels de pedalen van de vleugel weerklonken als lompe kerkklokken op een zondagochtend of doffe mokerslagen die gaten dichtte. Snelle akkoordpatronen pal achter een basritme of vliegensvlugge tot de verbeelding sprekende melodielijnen over een verstorend tegendraads baspatroon, pianistisch viel er veel te beleven in een set die het midden hield tussen therapeutisch en hypnotiserend. Te meer omdat Taborn niet een keer contact met het publiek zocht.

IJzer
Had Taborn in het Bimhuis de beschikking over een Steinway-vleugel met een afmeting van twee meter en elf centimeter, in de Paradox wachtte een gehandicapte Yamaha-vleugel van een meter tachtig. Met name in het midden van het hoog klinken de aanslagen bij enig volume als ijzer op ijzer. Een onvolkomenheid die je als improvisator kunt gebruiken, aldus Taborn na afloop; de set openend met een minutenlang durend repetitief akkoordenpatroon waarin hij de metalen resonantie van juist dat register onderzocht en het ijzergekletter tot leven kwam.

Taborns fysieke speelwijze omhelst de piano als te ontdekken geluidsbron. Notenclusters vertellen het verhaal waarbij invloeden uit de jazz en klassiek vermeden worden. Een krachtig en stevig staaltje onorthodoxe improvisatiekunst waarin elke noot gevangen wordt.


© Jazzenzo 2010