Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

James Blood Ulmer with The Thing – Baby Talk

CD-RECENSIE

James Blood Ulmer with The Thing – Baby Talk
bezetting: James Blood Ulmer gitaar, Mats Gustafsson tenor– en baritonsaxofoon, Ingebrigt Håker Flaten bas, Paal Nilssen-Love
opgenomen: Molde International Jazz Festival, 15 juli 2015
uitgebracht: oktober 2017
label: Trost Records
aantal stukken: 4
tijdsduur: 33’32
website: www.thethingrecords.com - www.trost.at
door: Cyriel Pluimakers



The Thing is een Scandinavisch powertrio van formaat, met een aanpak die vergelijkbaar is met die van een heavy metal band. Het ensemble vraagt het uiterste van de musici en de luisteraar. Toch gaat hun muziek niet alleen maar over het creëren van forse geluidsvolumes, want hun concerten kennen ook steeds verstilde momenten.

Het is een verrassing om het trio nu een keer te horen met een bekende gastmuzikant: de grote gitaarvernieuwer James Blood Ulmer. Bekend geworden door producties met Ornette Coleman en David Murray, heeft Ulmer een geheel nieuwe stijl voor zijn instrument neergezet, met als uitgangspunt de harmolodics-theorie van Coleman. Een vrije vorm van gitaar spelen die dicht tegen het spel van blazers aanhangt.

Ulmer integreert vanaf het eerste moment naadloos in The Thing. In het eerste nummer ‘Interview’ tasten de musici elkaar nog enigszins af om in het daaropvolgende ‘High Yellow’ te komen tot een artistieke conversatie zonder weerga. Je zou wensen dat het trio eerder op dit idee gekomen was, want eigenlijk vormt Ulmer de stem die tot nog toe ontbroken heeft. Met zijn prikkelende spel drijft hij Mats Gustafsson tot bijzonder energieke solo’s en krijgen de drums van Paal Nilssen-Love een lading die doet denken aan het spel van krachtpatsers als Ronald Shannon Jackson en Cornell Rochester. Hetzelfde geldt voor de heftige funky baslijnen van Ingebrigt Håker Flaten. 

Alle composities zijn van Ulmer zelf afkomstig en in ‘Baby Talk’ refereert hij rechtstreeks aan zijn periode met Coleman. Gustafsson zet een forse muzikale tegenbeweging in op de in het gehoor liggende melodie. Dat de blues nooit ver weg is laat de gitarist horen in het slotnummer ‘Proof’. Ulmer improviseert eerst op het licht melancholieke beginthema om vervolgens een muzikaal gesprek aan te gaan met Gustafsson op de baritonsaxofoon, het blaasinstrument waarop de Zweed zijn meest persoonlijke stijl heeft ontwikkeld. Het roots-karakter blijft gedurende het hele nummer gehandhaafd. 

Een prachtige cd, die helaas al na iets meer dan een half uur ophoudt. 



James Blood Ulmer with The Thing op het Molde International Jazz Festival
(amateuropname)


© Jazzenzo 2010