Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Stemkunstenaar Jaap Blonk in grootse vorm

CONCERTRECENSIE. Carte Blanche voor Jaap Blonk, Bimhuis Amsterdam, 21 december 2017
beeld: Hans Tibben
door: Cyriel Pluimakers

Stemkunstenaar Jaap Blonk (1953) vormt een unieke figuur in de internationale improvisatiemuziek. In de jaren tachtig maakte hij furore met de ‘Ursonate’ van Kurt Schwitters, om vervolgens samenwerkingen aan te gaan met musici als John Tchicai, Tristan Honsinger en Mats Gustafsson. Succes had hij ook met zijn eigen ensembles Splinks en Braaxtaal. De laatste jaren heeft hij aanzienlijk meer werk in het buitenland dan in Nederland.

  
Stemkunstenaar Jaap Blonk vulde zijn carte blance in Bimhuis met de Duitse tubaïst Carl Ludwig Hübsch en een Nederlands blazerskwartet.

Op internationale avant-garde festivals is hij een graag geziene gast en ook met zijn bijzondere klankpoëzie kan hij buiten Nederland op veel podia terecht. Het tekent Huub van Riel, de voormalige programmeur van het Bimhuis, dat hij Blonk nog vlak voor zijn afscheid een Carte Blanche heeft gegeven. Een kans die de veelzijdige stemkunstenaar met beide handen heeft aangegrepen om een unieke line-up samen te stellen.

Onderlands
De avond opent met een duet tussen Blonk en de Duitse tubaïst Carl Ludwig Hübsch, een van de grote vernieuwers van dit imposante instrument. Oorspronkelijk zou ook draaitafelspecialist Claus von Bebber meedoen, maar die is helaas door ziekte verhinderd. Het duo improviseert met een ongekende gretigheid: Hübsch produceert klanken op zijn tuba waarvan je niet wist dat ze bestonden en Blonk geeft een exposé van de mogelijkheden van de menselijke stem. De klinkers en medeklinkers van de taal worden gemanipuleerd en uitgerekt waardoor er ter plekke een nieuw soort alfabet ontstaat. De musici blijven niet in de grappen en grollen hangen, maar gaan met elkaar een dialoog aan die ter plekke een nieuwe taal laat ontstaan. De heren improviseren op het scherpst van de snede en creëren een fraaie spanningsboog waarbij de tuba tot slot omgetoverd wordt tot een percussie-instrument. Dat alle geluiden naturel worden gegenereerd en er geen gebruik gemaakt wordt van elektronica, maakt deze set extra sterk.

  
Blazers Angelo Verploegen, Joost Buis, Jan-Willem van der Ham en Jasper Blom. Het concert in Bimhuis van buitenaf.

Durf, humor en mateloze fantasie vormen ook hoofdkenmerken van Blonk zijn klankpoëzie, het volgende onderdeel. Kleurige videobeelden ondersteunen de voorstelling. Inmiddels is de woordkunstenaar de schepper van een nieuwe taal: het Onderlands. De eerste set eindigt met de klassieker ‘4’33’ van John Cage, met de performer in diverse poses zwijgend voor het filmdoek. 

Blaaskwartet
Voor de tweede set heeft Blonk als muzikale verrassing een blaaskwartet samengesteld met trompettist Angelo Verploegen, trombonist Joost Buis en de rietblazers Jan-Willem van der Ham en Jasper Blom. Onder directie van Blonk wordt er enthousiast geïmproviseerd op zijn composities, die uiteraard veel ruimte hiervoor laten. Vervolgens neemt de stemkunstenaar weer het woord, begeleid door de blazers. Fraai ook is het duel tussen Verploegen en de leider achter de tafel met elektronica. Een medium waarmee Blonk de meeste krankzinnige soundscapes genereert, wars van alle clichés. Met fagottist Van der Ham en klarinettist Blom zet de woordkunstenaar spannende muzikale conversaties op touw. Het concert eindigt, na alle atonaliteit en gekkigheid, in een groove die in het gehoor blijft hangen en nazindert.

Het is te hopen dat de nieuwe artistieke leiding van het Bimhuis ook het lef heeft om dit soort innovatieve concerten in de nabije toekomst te programmeren. Sterker nog, het zou menig muziekprogrammeur in Nederland sieren als hij een podium geeft aan de unieke stem van Jaap Blonk.


© Jazzenzo 2010