Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Topeditie Dinant Jazz schoolvoorbeeld van jazzfestival

CONCERTRECENSIE. Dinant Jazz Festival, Dinant, België, 27 t/m 29 juli 2018
beeld: Hugo Lefèvre
door: Georges Tonla Briquet

Ondanks de hoge zomerse temperaturen kwam er heel wat volk afgezakt naar de abdij van Leffe, net aan de buitenrand van het toeristische stadje Dinant. Met namen op het affiche als Billy Hart, Marcus Miller, Philip Catherine en Joshua Redman loonde het ook de moeite. Dinant Jazz Festival werd een topeditie zonder een enkel zwak moment.

  
Joshua Redman, Monty Alexander, en Billy Hart met Ethan Iverson waren enkele kopstukken op Dinant Jazz Festival.

Belgische lichting
Veel (jong) Belgisch talent in Dinant. Onder hen bassist Felix Zurstrassen die mee het ritme bepaalt bij onder meer LG Jazz Collective en Antoine Pierre Urbex, twee groepen die momenteel veel furore maken. Parallel aan zijn activiteiten als sideman werkt hij al een tijdje aan zijn eigen trio met daarin gitarist Nelson Verras en drummer Antoine Pierre. Zurstrassen schreef zelf het repertoire bij elkaar met de nodige ruimte voor improvisatie. Voor dit festival nodigde hij speciaal de Nederlandse saxofonist Ben van Gelder uit. De complex gelaagde composities bleven nooit steken in een hoogdravend “art for art’s sake” en dit door de opmerkelijke podiumzelfzekerheid van de vier. Respect ook voor de manier waarop ze hun verhalen opbouwden zonder te vervallen in de typische crescendo-stijl die erg in de mode is sinds E.S.T. en The Bad Plus deze formule populair maakten. De fijnzinnige duopassages van Zurstrassen en Verras behoorden tot de sterkste momenten. Het werd ook nog eens duidelijk waarom Pierre de favoriete drummer is van Philip Catherine. De exquisiete manier waarop hij een melodielijn omarmt en rake drumsolo’s inlast, zijn pareltjes van professionalisme. Het aantrekken van Ben van Gelder is een gouden zet. Zijn aanvullingen stonden garant voor net dat tikkeltje extra kleur waardoor de spanningsbogen vermenigvuldigd worden. Het is nu uitkijken naar de debuut-cd die volgend jaar verschijnt.

  
Het ensemble van bassist Felix Zurstrassen met saxofonist Ben van Gelder. Bassist Loris Tils.

De groep rond bassist Loris Tils houdt er een zeer eigenzinnige werkwijze op na. Het zevenkoppig gezelschap stapt telkens het podium op zonder enige vorm van voorbereiding. Basisprincipe is ‘let the funk take us to the fun’. En het lukt nog ook. In de beste traditie van de jambands leverden ze meer dan een uur hypnotische improfunk van het meest dansbare type af. Alle registers van het genre werden opengetrokken waarbij elk groepslid zijn verantwoordelijkheid nam opdat de grooves nooit verwaterden. Tils blonk uit door zijn slapping bass techniek. Verrassend was het om pianist Igor Gehenot hier uit de bol te horen gaan op elektrische piano. Xavier Bouillon achter de synthesizer was zijn perfecte sparringpartner terwijl drummers-percussionisten Patrick Dorcéan en Michel Seba zich helemaal in hun sas voelden met dergelijk materiaal. Saxofonist Hervé Letor en trompettist Alex Tassel (in pure Miles Davis-stijl met wah wah effecten) vormden de stomende blazerssectie van dienst. Voorlopig nog enkel te beluisteren via Soundcloud, Bandcamp en andere internet-media. 

  
Ensemble Loris Tils met trompettist Alex Tassel. Vocaliste Barbara Wiernik met het Nicola Andrioli Quartet.

Vocaliste Barbara Wiernik ging in de leer bij Norma Winston. Dat die invloed doorweegt, is een compliment. Wiernik mijdt elke connotatie met de traditionele aanpak van de klassieke jazzzangeressen en ontwikkelde een heel eigen taal met sterk poëtische inslag. Met haar nieuwste cd ‘Complicity’ bereikte ze een voorlopig hoogtepunt. Een en ander heeft te maken met pianist Nicola Andrioli die haar literair getinte ontboezemingen perfect inkleedt. Live wordt het duo regelmatig uitgebreid met extra muzikanten. In Dinant waren dat contrabassist Nicolas Thys en drummer Antoine Pierre. De drie begeleiders leverden de gepaste muzikale alliteraties. Wiernik zelf heeft een heel wendbare stem en liet dat ook horen zonder in maniërismen te vervallen. Nieuw was het gedurfd gebruik van vocoder, wat haar repertoire meteen een hypermodern tintje gaf. Voor fijnproevers en dat waren de luisteraars in Dinant, want gedurende het concert bleef het muisstil. 

3 x Joshua Redman 
In Dinant kiezen ze telkens een ‘peter’ voor hun festival die drie keer mag optreden in verschillende combinaties. Dit jaar strikten ze Joshua Redman.

Een eerste maal stond hij op het podium als lid van het Billy Hart Quartet. De legendarische drummer was verder omringd door pianist Ethan Iverson en bassist Ben Street. Kortom, een supergroep. Billy Hart doet het wat rustiger aan dan vroeger maar drukte zijn stempel op elk nummer door zijn cimbaalspel en typische solo’s. Iverson stelde zich op als de rustige ambtenaar van dienst die net op het juiste moment telkens de nodige doordachte impulsen gaf om het daaropvolgend hoofdstuk een nieuwe invalshoek te verlenen. Street kleurde regelmatig buiten de lijntjes en gaf zo het geheel een rauwer en gekarteld randje. Redman liet horen waarom hij momenteel tot de top behoort. Heel stormachtig en onvermoeibaar in zijn solo’s maar steeds met respect voor de eenheid van de groep. Een grote meneer zoals dat heet. 

  
Billy Hart Quartet met Ethan Iverson, Ben Street en Joshua Redman. Joshua Redman Trio (r).

De volgende dag trad de saxofonist op met zijn trio (Reuben Rogers, Greg Hutchinson). Hier liet hij werkelijk alle remmen los. Gekanaliseerde ontladingen van begin tot einde, boordevol saxofoonarpeggio’s. Of het nu een ballad was of een meer explosieve solo, telkens kreeg hij het publiek op de rand van de stoelen. Beginnen met een uiterst inventieve versie van ‘Mack The Knife’ was een goede zet. Op die manier koppelde Redman het rijke jazzverleden aan zijn eigen idioom. Gedurende het hele optreden slingerde hij zich als de dubbele helix van een DNA-structuur rondom thema’s en harmonieën. Verbluffend concert van een wereldsaxofonist.

Redman sloot zijn drieluik zondag af als gast van Philip Catherine zijn kwartet (Philippe Aerts, Nicola Andrioli, Antoine Pierre). Een heuse première. De heren hadden niet meer dan een soundcheck van twee uurtjes nodig om volledig op elkaar afgestemd te zijn. Drie generaties ook maar met elkaar verbonden door de gesofistikeerde zin voor melodie gekoppeld aan de ongelooflijk rijke inventiviteit van de twee solisten. Bij Catherine is het net of de melodielijnen ingebrand zitten in zijn vingers. Hij tovert ze ogenschijnlijk moeiteloos tevoorschijn. Dat hij nog steeds dagelijks oefent, is daar niet vreemd aan. 

  
Philip Catherine Quartet met Joshua Redman. Marcus Miller en band.

Redman wilde duidelijk niet onderdoen. Ook hij bleef de solo’s uit zijn saxofoon goochelen. Sterk was vooral hoe de twee elkaar aanvulden, alsof ze al jaren samen optrokken. Op die manier groeide elk nummer uit tot een flamboyant exposé. De rol van de bassist, de drummer en de pianist bleef daarbij niet louter functioneel. Ook zij kregen meer dan regelmatig ruimte om hun ding te doen. Het kwintet pendelde zo moeiteloos tussen lyrisme, onstuimige bebop en bossa nova. Een vervolg dringt zich op. 

Marcus Miller
Bij Marcus Miller draaide alles rond drie ankerpunten: zijn verleden bij Miles, de platen onder eigen naam en natuurlijk uittreksels uit de recente cd ‘Laid Black’. Onnodig te vermelden dat een zware funkgroove de rode draad vormde. De bassist verkeerde in opperbeste stemming en nam regelmatig de tijd om de gekozen nummers te situeren in zijn discografie. Van zijn Miles-periode koos hij ‘Amanda’ (met een vurig duel tussen saxofonist en trompettist) en ‘Tutu ‘ (waarin drummer en bassist het dan weer tegen elkaar opnamen). Uit eigen repertoire selecteerde hij vooral uit ‘Afrodeezia’. Heel aangrijpend werd het toen hij vertelde over het verleden van zijn familie. Bovenal werd het toch wel een heuse funkparty met Miller als het volbloed neefje van Jaco Pastorius en Larry Graham en ‘Trip Trap’ en ‘Sublimity’ als ideale reclame voor ‘Laid Black’.

  
Monty Alexander met drummer Jason Brown. Philip Catherine.

Aha-erlebnis
Monty Alexander is nog steeds een graag geziene gast op festivals. Niet verwonderlijk want met zijn stijlvolle mengvorm van klassieke jazz en de meest uiteenlopende ritmen dwingt hij keer op keer respect af. In Dinant was dat niet anders. Als rasecht performer wist hij het publiek met een kwinkslag in te palmen vanaf de eerste noten. Moeiteloos schakelde hij over van swing naar blues en van dixieland naar reggae, ondertussen continu citerend uit de grote muziekencyclopedie. ‘Take The A Train’, ‘No Woman No Cry’ en het thema van ‘The Pink Panther’ waren slechts enkele van de vele momenten die voor een aha-erlebnis zorgden bij de aanwezigen. De perfecte soundtrack bij de Caraïbische temperaturen die er heersten.

Evenwichtig
Dinant blijft een schoolvoorbeeld van hoe een jazzfestival moet zijn. Een evenwichtig programma met zowel internationale als nationale artiesten, uitstekende klankkwaliteit, uiterst gezellige en aangename omkadering en geen misleidende of exuberante prijzenpolitiek voor de catering. Wat het succes volledig maakt, is dat ze in Dinant niet toegeven aan de supermarktpolitiek maar het programma beperken tot drie groepen drie avonden na elkaar. De muzikanten genoten er trouwens zichtbaar van om hier op het podium te staan. Het ultieme eerbetoon aan de organisators. 


© Jazzenzo 2010