Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Winne verbindt mensen, stijlen en culturen in Rotterdam

CONCERTRECENSIE. Winne Winti, Annabel, Rotterdam, 14 september 2018
beeld: Youtube
door: David Cohen

Winne (artiestennaam van Winston Bergwijn) wist Rotterdam in 2009 in één klap als hiphopstad op de kaart te zetten. Op liedjes als ‘Lotgenoot’, ‘Alles Wat Ik Wil’ en ‘Geef 8’ rapte Winne over het straatleven en bovenal de kracht van liefde, geloof en vriendschap. Hoewel de besprekingen van zijn debuutalbum ‘Winne Zonder Strijd’ niet direct lovend waren, vergaarde de cd door de jaren heen de status van een onvervalste klassieker. 

  
Winne in een uitverkocht Annabel in Rotterdam.

Boegbeeld
Voor vele jongeren èn ouderen gold Winne als een boegbeeld. Niettemin verkoos Winston Bergwijn na dit succes tot 2018 een bestaan in relatieve luwte. Geruchten over een tweede album gonsden al jaren, en er lag zelfs al een titel: ‘Oprecht door Zee’. Hiphopminnend Nederland wachtte op zijn album met minstens even grote spanning als waarmee soulliefhebbers haden gesmacht naar D’Angelo’s langverwachte ‘Black Messiah’ uit 2014. Kon Winne de verwachtingen waarmaken?

Op 20 juni jongstleden verscheen plotseling een eerste liedje van dit album, ‘Winti’. De rapper toonde hiermee aan dat zijn werk zich nauwelijks sterker zou kunnen onderscheiden van wat in de huidige hiphop-scene maar al te gebruikelijk is: simpele rijmelarij over geld en vrouwen boven toegankelijke deuntjes. ‘Winti’ gaat over de weg tot God middels een natuurgodsdienst die in Suriname controversieel is en de gemiddelde Nederlander niets zegt. Bovendien rapte Bergwijn een groot deel van het nummer in het Sranantongo (met teksten als: ‘Mi e bribi ini Gado, mi ne frede gi den Bakroe’, ik geloof in God en heb geen angst voor de demonen). Het was duidelijk: Winne gaat het om de inhoud, niet om direct commercieel succes.

Blond en Blauw
Dit bewees hij naast het station van Rotterdam, in een uitverkochte Annabel, eens te meer. Het publiek had en masse naar het op 17 augustus uitgekomen album ‘Oprecht Door Zee’ geluisterd en zong uit volle borst mee met onmiddellijke klassiekers als ‘RCL’, ‘Wake Up Call’, ‘ODZ’ en ‘Fata Morgana’. De rapper maakte een rustige indruk en leek het zelf goed naar zijn zin te hebben. Alles klopte aan het plaatje van de ideale voordrachtskunstenaar: de podiumverschijning, de binding met het publiek en de kalme, maar trefzekere voordracht van alle liedjes, waarbij ook de oude nummers van ‘Winne Zonder Strijd’ niet aan overtuigingskracht bleken te hebben ingeboet: samen met zijn bloedbroeder Feis blies Winne het liedje ‘Zegevieren’ nieuw leven in, en op het slot verschenen zes rappers om zij aan zij met Winne en Feis het publiek op te zwepen bij het spectaculaire ‘Geef 8!’ De spanningsboog van het concert, de sfeer, het geluid, alles klopte. Het onbegrijpelijk slechte voorprogramma van Ray Fuego was vergeten.

Een overbodige vraag: winti of wint-ie niet? Winne, de Bergwijn die vanuit grote hoogten neerklatert op het landschap van de Nederlandse hiphop om het te ontdoen van al het overbodige gruis, verwoordt het zelf zo: “Leun never op trends, ik leun op lyrics. Piek in de charts, zonder steun van gimmicks.” Ook op ‘Oprecht Door Zee’ toont de rapper zich tekstueel van zijn sterkste kant. Het nummer ‘Blond en Blauw’ confronteert een blanke luisteraar op aangrijpende wijze met het perspectief van een jongen van Surinaamse komaf: “Ik wilde blond zijn met blauwe ogen (...) Nu schijn ik veel feller dan de zon / Maar met de kleur van de nacht (...) Wist niet wie ik was, ik was nog bezig om naar mij te zoeken / En onbewust leerde ik zelfhaat, maar wie luistert naar jou wanneer je zelf weer met zichzelf praat / Exact, dat houdt de cirkel in tact, ik kreeg een leugen als cadeau, maar dan in de waarheid verpakt.”

Jazz?
Je kunt bij Winnes muziek meerdere vragen stellen. Bijvoorbeeld: wat heeft dit alles met jazz te maken? Winnes grooves zijn sterk geënt op de traditie van funk en soul, de saxofoon van Candy Dulfer speelt op het nummer ‘RCL’ een prominente rol en de puike eenmansband die Winne op het podium begeleidde kreeg de nodige ruimte voor improvisatie. Maar een boeiender vraag is: wat kunnen jazzmuzikanten van hiphop, en meer in het bijzonder van de muziek van Winne, leren?

Tekst is in de jazz een ondergeschoven kindje. Laat men beroemde teksten, haast gedichten, als ‘Vou Te Contar’, Garôta de Ipanema’ en ‘Lush Life’ buiten beschouwing, dan blijven er al te vaak teksten over die op zichzelf niet te genieten zijn en als het ware per ongeluk bij de jazzstandards mee zijn geleverd. Of wordt er nog iemand warm of koud van de tekst van ‘Body and Soul’ of ‘My Funny Valentine’? Je mag toch hopen van niet: die liederen werden beroemd dankzij de vertolkingen van legendarische instrumentalisten als Hawkins en Baker/Mulligan, maar de teksten hebben de inhoud van een schelp. Jazzmuzikanten zouden de gelegenheid moeten aangrijpen die klassieke nummers te voorzien van nieuwe, eigentijdse teksten die de luisteraar iets te zeggen hebben en diverse soorten luisteraars kunnen verbinden.

Want in de Annabel bleek hoezeer Winston Bergwijn jong en oud, zwart en wit, Rotterdammer en alles van daarbuiten met zijn teksten verbindt. Niet alleen hiphopminnend Nederland mag zich met zijn terugkeer gezegend weten, ook wie van jazz houdt zou de gelegenheid te baat moeten nemen zich door zijn rap te laten inspireren. Zijn liederen zijn net een maand uit, maar al meteen klassiek, want klassiek is wat levenskrachtig is. Gelukkig was het concert in de Annabel het eerste in een reeks, want de gelegenheid getuige te zijn van de kracht van Winnes muziek mag niemand zich laten ontgaan.


© Jazzenzo 2010