Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Grijze John Scofield niet aan generatie gebonden

CONCERTRECENSIE. John Scofield Quartet ‘Combo 66’, TivoliVredenburg, Utrecht, 1 mei 2019
beeld: Ton van Leeuwen
door: Cyriel Pluimakers

Sinds zijn wereldwijde doorbraak in de band Miles Davis, begin jaren ’80, behoort gitarist John Scofield (1951) tot de wereldtop.  Na uitstapjes in de fusion, richt hij zich de laatste jaren steeds meer op zijn roots: de country en de blues, uiteraard doorspekt met jazzelementen. Want echte jazz spelen, kan ‘Sco’ als geen ander. Op zijn nieuwste album ‘Combo 66’ – vernoemd naar zijn leeftijd - vinden we ook vleugjes Americana: met de flamboyante Gerald Clayton aan de vleugel en de Hammond, Vincente Archer op de contrabas en de onvervangbare Bill Stewart achter het drumstel.

  
John Scofield Quartet speelde in Utrecht werk van hun laatste album Combo 66.

Emotie
Met deze prachtige bezetting maakt hij nu een Europese tournee, waarbij hij ook het Utrechtse TivoliVredenburg aandoet. Centraal in zijn optreden staat het repertoire van zijn laatste album. Met het melancholieke beginthema ‘Can’t Dance’ start het concert: een stuk met precies die ene wringende noot aan het begin, die diep emotioneel voelt. Met zijn kenmerkende gitaargeluid - zonder effecten - verovert de grootmeester binnen enkele seconden de uitverkochte zaal. Een geluid dat ook duidelijk een jonger publiek aanspreekt: de grijze ‘Sco’ lijkt niet aan een generatie gebonden.

Het concert volgt min of meer het spoor van het album ‘Combo 66’, een van de sterkste gitaarproducties van de afgelopen tijd. Toch mist de muziek live zo nu en dan de broodnodige energie: momenten dat de gitarist meer lijkt te teren op vakmanschap dan op inspiratie. Aan zijn ritmesectie kan het niet liggen, want die begeleidt fantastisch: met het drijvende slagwerk van Stewart, de solide contrabas van Archer en het bijna wellustige toetsenwerk van Clayton. Wellicht dat toeren op Scofield’s leeftijd een extra vermoeiende factor is. 

  
Scofield met contrabassist Vincente Archer, drummer Bill Stewart en toetsenist Gerald Clayton.

Hoogtepunt
Een hoogtepunt vormt zijn hommage aan de legendarische Toots Thielemans ‘King of Belgium’, een onversneden jazzstuk waarin we niet alleen Thielemans maar ook de gitaargoden René Thomas en Philip Catherine horen voorbijkomen. Musici die de jazzgitaar, net zoals Scofield, definitief vernieuwd hebben. Met zijn improvisatie raakt hij zijn publiek recht in het hart, iets wat beloond wordt met een bijna ovationeel applaus.

Misschien nog wel het mooiste moment van het meer dan anderhalf uur durende optreden is de zacht gespeelde ballad ‘But Beautiful’ die hij als toegift speelt. In de Herz zaal kun je een speld horen vallen: alle aandacht is gericht op deze unieke musicus die een levende weerspiegeling vormt van een rijk jazztijdperk. Afkomstig uit een periode dat de smaak nog niet geregeerd werd door de sociale media. Duidelijk voldaan neemt de éminence grise van de jazzgitaar afscheid van zijn Utrechtse publiek. 


© Jazzenzo 2010