Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

De aantasting van jazz- en improvisatiemuziek

MANIFEST
door: Bob Hagen









Bob Hagen (85) uit zijn kritiek op de Raad van Culltuur en
overheid en doet een beroep op jazzmusici en liefhebbers.



De Raad van Cultuur is de waarborginstantie in ons land die los van politieke voorkeuren en ongeacht commerciële wensen met haar raadgevingen het ministerie van OCW adviseert, opdat onze overheid culturele en artistieke kwaliteit zo hoog mogelijk in haar trotse vaandel zal blijven dragen.

Met onderstaand stuk doe ik in het belang van jazz- en improvisatiemuziek een beroep op de Raad van Cultuur (RVC) en onze overheid, zowel voor die muzieksoort maar ook voor de belangen van jonge afstuderende studenten. Daarnaast is het ook een oproep aan alle overige jazzmusici en jazzmuziekliefhebbers die ik steun in hun reacties. Het is een lang verhaal. Korter? Nee, helaas het kon niet, omdat er zoveel daarmee samenhangende factoren belicht en onderbouwd moesten worden. Ik meen dat het belang van het onderwerp dat waard is.

Jazz is een hoog cultuurgoed dat het in ons land moeilijk heeft. Het gaat mij in onderstaand stuk onder andere om de onzekerheid, en of de leden van RVC muziekcommissie op de hoogte zijn van alle veranderde belangen van jazzbeoefenaars en hun luisteraars. Er mag immers geen twijfel over bestaan of de RVC met hun pleidooi tegenover (vaak leken) bij politici en beleidsmakers in staat is, en was, die kennis dermate doeltreffend over te brengen dat daarvoor niet alleen verbazing en nieuwsgierigheid maar met name doelmatige interesse wordt opgewekt. En vooral hoe en waarmee is gewaarschuwd voor de huidige onwaardige misstanden met betrekking tot jazz- en improvisatiemuziek.

Is de overheid er bijvoorbeeld mee bekend:
- dat de teloorgang van jazz zich met name in Nederland voordoet, als eerste Europees land?
- dat muziekimprovisatie op artistiek niveau wordt gekwalificeerd als de hoogste aller kunsten?
- dat alle jazzprogramma’s de laatste 10 jaar uit de ether zijn verdwenen inclusief de jazzzender?
- dat pas onlangs bleek dat improviserende musici geschapen zijn met een unieke herseninhoud?
- dat in ons land gedurende de afgelopen 10 jaar het aantal jazzpodia daalde van 30 naar 10?
- dat jazzimprovisatie de enige kunstvorm is en hoe die ter plekke eenmalig wordt gecreëerd?
- dat van Nederlandse muziekliefhebbers jazzfans het hoogste opleidingsniveau hebben?

Improviseren
Jazz is een bijzondere muzieksoort. Vooral als je regelmatig verneemt dat veel klassieke musici hun bewondering daarover uitspreken. Met name hoe bijzonder jazzmusici niet alleen geniaal spelen maar ook briljant improviseren. Want het al of niet kunnen improviseren maakt voor veel jazzliefhebbers het cruciale verschil.

Eén van de hoogste instituten, Daniel Barenbaum, maakte onlangs zijn overtuiging bekend met zijn stelling dat muziekimprovisatie de hoogste vorm aller kunsten is.

In het vaktijdschrift ‘Brain and Cognition’ verscheen de opmerkelijke uitslag van een onderzoek tussen de artistieke kwaliteit van twaalf jazzpianisten en twaalf ‘evenwaardige’ klassieke pianisten, waarbij bleek dat de veelzijdigheid bij jazzpianisten ver uittorende boven die van hun klassieke collega’s. 

Het CMI (Center for Medical Imaging) ging daarna een stap verder door met ‘brain’-onderzoek vast te stellen dat er tussen de hersenen van improviserende jazzmusici opzienbarende, tot nu toe volstrekt onbekende, verschillen bestaan ten opzichte van de hersenen van klassieke musici. Men was uiterst verrast toen bleek dat de rechterhelftdelen van de hersenen bij improviserende jazzmusici op diverse onderdelen aanzienlijk uitvoeriger zijn ontwikkeld.

Robert Harris, neurowetenschapper aan de Groningse Universiteit, concludeerde zelfs dat muziek van papier spelen in plaats van te improviseren eigenlijk onnatuurlijk is. Wat nog ontbreekt is of dezelfde verschillen gemeten kunnen worden tussen uitsluitend luisterende personen die wel en niet gevoelig zijn voor improvisatie. Wellicht dat bij mensen die zelf geen instrument bespelen maar wel genieten van het luisteren naar geïmproviseerde muziek, diezelfde meerwaarden ondervinden.   

Advies Raad van Cultuur, periode 2021-2024
Afgelopen week las ik het omvangrijke rapport met adviezen voor de periode 2021-2024 dat de Raad van Cultuur - sector muziek - deze maand aan het ministerie van OCW heeft verzonden. Over ‘jazz en geïmproviseerde muziek’ viel er weinig te lezen, behalve dat er één orkest voor pop- en jazzmuziek langdurig subsidie ontvangt (via de BIS) en dat ook negen symfonie orkesten daarvoor in aanmerking komen. Hoewel de oorzaak voor de hand ligt, vond de RVC het typerend, dat praktisch alle jazzmusici in diverse ensembles spelen. De Raad maakt ook melding van het feit dat subsidies vooral ten goede komen aan klassieke muziek en in iets mindere mate aan jazz. (Dat ‘iets’ vraagt naar mijn overtuiging om nadere aandacht omdat daarover andere gegevens bekend zijn.) Wat ik bij deze adviezen miste was de aandacht voor de stelselmatige ‘Oorzaak en Gevolg Situatie’ die hier heerst ten koste van jazz, en al jaren een besmettelijke rol speelt.  

En als muziekimprovisatie inderdaad de hoogste vorm aller kunsten is en luisterende jazzliefhebbers van lieverlee niet meer in staat zouden zijn daarvan te genieten omdat in ons land de jazzmuziek in de ban wordt gedaan, dan betekent het dat hen een belangrijke bron van levensplezier wordt onthouden. Het begin daarvan is al lang geleden ingezet. Want met de jazz en improvisatiemuziek gaat het niet goed in ons land. Elders wel? Harde cijfers ontbreken, maar ik spreek regelmatig jazzmusici die internationaal optreden waarbij ik telkens verneem hoe het hen opvalt dat er in Nederland ten opzichte van hun andere optredens in Europa veel minder jonge bezoekers tussen het publiek te vinden zijn. De vraag is dan, wat is, of wie zijn daarvan de oorzaak en daarop aanspreekbaar?

Aftakeling jazz
De sluipende aftakeling van de jazz begon in Hilversum bij de omroepen. Anders dan in de ons omringende landen moeten we het treurige resultaat vaststellen dat de jazz-liefhebbende achterban al jaren tekort wordt gedaan met als gevolg dat die achterban sterk afneemt. In ons land bestaat er geen enkele zender meer met een etherfrequentie die aan Jazz aandacht besteedt.

Bert Vuijsje schreef over dat verval in november 2016 al een uitvoerig artikel, mede aan de hand van een onderzoek door Jeroen de Valk, onder de titel ‘Hoe de Jazz verdween uit Hilversum’. Daarin het droevige relaas hoe jazzprogramma’s bij alle omroepen één voor één werden geschrapt. Onder andere programma’s als Jazzspectrum, Swingtime, Tros Sesjun. In 2016 werd daarna ook nog de enige jazzzender Radio 6 uit de ether gehaald. Terwijl in bijna alle Europese landen jazz een serieuze plaats in de ether heeft, is het onwaardig dat we in Nederland al jaren deze culturele afbraak van jazzmuziek laten plaatsvinden. Op de radio zijn steeds meer muziekzenders ontstaan die van luisteraars de volle aandacht krijgen, ook met Nederlands repertoire, maar geen jazz draaien. Deze olievlek kon zich als gevolg van onattent handelen ten aanzien van de jazz onbelemmerd verder uitbreiden. Na verloop van tijd raakten in ons land daardoor ook jazzpodia in verval: van zestig naar dertig, naar twintig en nu nog tien jazzpodia. Hoe kan het bestaan dat beleidsmakers over de gevolgen daarvan nooit op het matje zijn geroepen? Daardoor is inmiddels voor jazz een volkomen uit de hand gelopen kommer en kwel situatie ontstaan.

Klassieke muziek en jazz hadden nog niet zo lang geleden van de Nederlandse bevolking ongeveer hetzelfde aantal percentage muziekliefhebbers. Draai morgen de kraan dicht van Radio 4 en er gebeurt waarschijnlijk hetzelfde met klassieke muziek als met jazz. Dat heeft niets te maken met leeftijd, maar als je een bevolking jarenlang via de radio en tv onthoudt van informatie of het luisteren naar muziek van een bepaalde smaaksector, dan verdwijnt daarvoor geleidelijk de belangstelling.

Zijn die radiozenders dan de veroorzakers van het verval van jazz? Jazeker, maar niet de schuldenaren, want dat is de overheid. Zoals blijkt uit het feit dat het de Raad van Cultuur niet is gelukt de grote belangen die hiermee samenhangen aan OCW zodanig duidelijk te maken dat er op het ministerieel niveau begrip ontstaat voor de noden die inmiddels bij veel jazzmusici heersen. Het stupide gevolg daarvan is dat musici met het doen van concessies bij hun optreden steeds vaker toegeven en onder hun werkelijke artistieke niveau spelen. Het is absurd dat OCW zo’n intens desastreuze ontwikkeling liet ontstaan. Onvergeeflijk is dat in plaats van ingrijpen door onze lankmoedige overheid, die paraat had moeten staan om erger te voorkomen, deze verschraling nog steeds voortduurt. Jazzmusici en jazzliefhebbers geloofden onlangs immers hun ogen niet. Was de Raad van Cultuur daaraan dan toch medeschuldige? 

Krantenkoppen liegen niet
Meer geld naar popmuziek, goed idee?” en “Meer geld naar dance en Nederlandse lied?” viel er recentelijk in dagbladen te lezen. Opnieuw ten koste van onder andere jazz? Waar hebben die beduusde jazzmusici het aan verdiend dat er door toedoen van een advies van de Raad van Cultuur in plaats van dit onheil te bestrijden, deze weg wordt ingeslagen? Het zou onwaardig zijn als zij het slachtoffer worden van mensen in de RVC die blijkbaar geen notie hebben van het culturele belang dat jazz en improvisatiemuziek heeft voor een flink deel van de bevolking. Het is dringend noodzakelijk dat er in de RVC een vertegenwoordiging wordt gekozen van jazzmuziekkenners en jazzliefhebbers die de hoge waarden van deze muzieksoort niet alleen onderkennen en begrijpen, maar daar ook pal voor staan en in staat zijn om die waarden steekhoudend te verdedigen opdat aan de huidige disproportionele afbraak daarvan een halt wordt toegeroepen. Immers, hoe valt het te rijmen dat enerzijds er jaarlijks grote aantallen jonge jazzmusici aan gesubsidieerde Nederlandse conservatoria afstuderen en je je anderzijds moet afvragen waar die studenten het aan te danken hebben dat ze vervolgens bijna geen werk vinden, tenzij ze noodgedwongen onder het niveau van hun opleiding en kwaliteiten gaan spelen. In dat geval moet je om te beginnen het moeilijke maar meest bijzondere en artistiek waardevolle element, zijnde improvisatie, los gaan laten. Maar jazz zonder improvisatie is geen jazz meer. 

Het is klinkklare en onbillijke achterstelling, zowel voor opkomende musici als overige jongeren, omdat voor hen die dat specifieke jazzklankbord bezitten verstoken blijven van mogelijkheden waarmee, mits ze via de ether daarmee regelmatig worden geconfronteerd, een wereld voor hen open zou gaan. Als daarin niet snel en adequaat wordt voorzien, moeten we er voor vrezen dat de naam ‘jazz’ in ons land straks volledig van het toneel verdwijnt. Niet alleen de naam maar ook het groteske feit dat het genre zelf wordt weggespoeld door voorrang te geven aan toenemende oppervlakkigheid en afnemende interesse voor jazz. Dat alles gesteund door de Raad van Cultuur.

Eenmalige creatie
Het is helaas alleen binnen de wereld van de jazzimprovisatie duidelijk dat als we met het nemen van maatregelen wachten tot na de adviezen van de periode 2021-2024, in tegenstelling tot Europa, in ons land er een einde komt aan de muzieksoort met die unieke en uitzonderlijkheid van de ‘Eenmalige Creatie’. Immers, volledig tegenovergesteld met artiesten die jarenlang werken aan een boek, een gedicht of een schilderij en dat werkstuk pas na de zoveelste versie en correcties aan hun bewonderaars presenteren, gaat dat bij jazzartiesten anders in z’n werk. Daar gaat het om dat ene unieke moment. Ter plekke gebeurt er met improvisatie iets uitzonderlijks en vaak nog in het bijzijn van hun bewonderaars. Aan het einde van het concert is het kunstwerk tot stand gekomen waaraan niets meer te veranderen is. 

Jazz Impuls
Met ogen dicht, denk ik terug aan de tijd dat ik al vanaf jonge snotneus met honderden andere tieners, overmand door emoties in bijvoorbeeld het Concertgebouw of in de Sheherezade, de improvisaties van mijn helden onderging. Godzijdank kon en mocht ik dat als jongen meemaken. Het waren levensverrijkende ervaringen die een diepe indruk achter lieten. Voor eenieder die dergelijke momenten heeft ervaren werd dat een waardevolle en blijvende beleving voor de duur van hun verdere bestaan. Dat geldt niet alleen voor de daarna altijd blijvende liefhebbers maar vooral ook voor hen die er vervolgens voor kozen om er hun beroep van te maken. Dat zou met mij mogelijk ook zijn gebeurd. Maar dat liep anders want pas na mijn pensioen begon ik met mijn ambitie om jazz te promoten en te ondersteunen via de opgerichte Stichting Jazz Impuls. Door een fors auto-ongeluk belandde ik in het begin van deze eeuw in het ziekenhuis en volgde een maandenlang revalidatietraject.  Daar - liggend op bed - ontwikkelde zich toen het plan voor jazzmuziek. Met dat plan begon ik theaterdirecties te bellen en te benaderen. Bureau Intomart deed onderzoek naar de haalbaarheid. Want in de adviezen van de Raad van Cultuur aan OCW was toen merkwaardig genoeg het volgende te lezen:

“Hoe goed het artistiek gezien met de jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland ook gaat, met de afname ervan gaat het slechter dan ooit. Het aantal podia en daarmee het aantal speelmogelijkheden is in de afgelopen tien jaar dramatisch gedaald. Vanwege de slechte afnamemogelijkheden acht de Raad een toename van het aantal podia in Nederland een prioriteit” 

Uit de resultaten van het onderzoek van mijn plan kwam naar voren dat de omzet in theaters voor jazzconcerten 28% zou stijgen. Met meer dan duizend deels gesubsidieerde Jazz Impuls concerten is gedurende acht jaar getracht met vele honderden musici, met name in theaters, publiek warm te krijgen voor jazz. De dubbelconcertseries, met voor de pauze een instrumentaal deel en daarna een vocaal programma, was met vele duizenden bezoekers een succes. De bezoekcijfers stegen ieder jaar. Dat nam af toen we na een aantal jaren probeerden wat ingewikkelder jazz dan alleen mainstream te programmeren. De laatste jaren gedurende de recessieperiode 2010-2012 was ook de subsidie via het FPPM, nu NFPK, gestopt waarna door het wegstrepen van de intermediair functie het onmogelijk werd onze aan theaters toegezegde intensieve promotie voort te zetten.

Na 2012 hield de serie dubbelconcerten op te bestaan. We waren op de goede weg. De schrijvende pers werkte loyaal mee maar de in die periode steeds verdergaande afbrokkeling van radio-play en het gemis van jazzprogramma’s in de ether speelde een negatieve rol. We konden daarna, maar wel flink gelimiteerd, doorgaan met subsidie van andere fondsen.

Meningen jazzmusici en docenten 
Nu, zes jaar later, lijkt dezelfde situatie opnieuw terug te keren. Berichten doen de ronde dat theaters de komende jaren geen of nauwelijks jazz in hun programmering zullen opnemen.  Het gevolg is dat jazzmusici klussen onder hun niveau aannemen om tegemoet te komen aan de lagere wensen van het publiek. 

Jarmo Hoogendijk schreef in zijn indrukwekkende acht pagina’s tellende oproep in Jazz Bulletin van december 2018 waarmee hij wanhopige jazzmusici aansprak op hun veerkracht: ‘’blijf uit respect voor jezelf je grenzen verkennen en speel datgene wat je wilt spelen, waar je van houdt , kom voor je smaak uit en vecht tegen die massacultuur, blijf het grote avontuur zoeken en doe vooral waar je goed in bent’’. Dat is ook het ideaal dat we met z’n allen moeten koesteren. Tegen je eigen wil en wensen een knieval maken met bijvoorbeeld het uitbannen van improvisatie, is toegeven aan steeds verdergaande popularisering en leidt langzaam tot insluipende zelfverloochening. 

Ook Ben van den Dungen verzuchtte in Jazz Bulletin van maart 2019 over de onbegrijpelijke houding van de overheid: ‘’Het gebrek aan appreciatie van jazzmuziek en haar roots sijpelt nog steeds door in de Nederlandse cultuurpolitiek, jazz is muziek die niet meetelt en niet mee hoeft te tellen en behoeft geen ondersteuning of althans zo weinig mogelijk.” Dat ook daarmee velen het volledig eens zullen zijn is vanzelfsprekend. 

Robert Glasper, weliswaar geen Nederlandse musicus maar dit jaar meervoudig Grammy-winnaar en op het aanstaande North Sea Jazzfestival Artist in Residence, laat weten:“Tijdens mijn live shows is er altijd ruimte voor improvisatie. Sterker nog het is de reden dat ik scherp en enthousiast blijf en me niet ga vervelen. Alles draait om spontaniteit, energie en flow. Alleen door improvisatie ontstaat pure magie. Die spontane genre-overstijgende wisselwerking is de basis voor alles wat ik maak.”

De inmiddels in Nederland opgelopen achterstand is immens. De vraag is klemmend, daarom vat ik nog eens samen: het lijkt ongeloofwaardig dat de overheid onbekend is met de huidige situatie. Met andere woorden bedoelende dat de RVC de afgelopen jaren niet in staat is geweest de teloorgang helder en duidelijk voor het voetlicht te brengen waardoor er op het ministerie onwetendheid heerst. Onwetendheid over de geweldige kwaliteit van de beroepsbeoefenaars waardoor oplossingen uitblijven. In het belang van circa duizend hieraan overgeleverde improviserende jazzmusici en hun honderdduizenden luisteraars in ons land doe ik een beroep op al diegenen die het met dit grote gemis eens zijn en zich daarvoor op welke manier dan ook zouden kunnen en willen inzetten.

Misschien is het niet relevant dat is gebleken dat van de Nederlandse muziekliefhebbers, jazzfans gemiddeld het hoogste opleidingsniveau hebben (Tim Boodle, onderzoeksbureaupresentatie door Arno Prins tijdens de Jazzdag in 2010 ), maar omdat in kringen van leken soms met een dedain over jazzmuziek wordt geoordeeld, kan ik niet nalaten dit feit toch nog even te vermelden.

Beroep
Ik doe een beroep op jullie via dit manifest, om de overheid hier op aan te spreken, rechtstreeks of middels de Raad van Cultuur. We kunnen als enthousiaste jazzliefhebbers gezamenlijk vast en zeker een gewicht maken. Stuur mij zonder enige wederzijdse verdere verplichting een korte email als je meent dat er werk aan de winkel is en je achter een nieuwe aanpak staat. Daaronder zitten vast en zeker ook een aantal echte jazzliefhebbers die in de ‘Quote 500’ staan. Iemand die in het belang van de jazz in staat is om naast het verkrijgen van fondsen ook zijn eigen portemonnee wil aanspreken. Bijvoorbeeld om een nieuwe serie Jazz Impuls-concerten op touw te zetten. Dat zou natuurlijk onder een andere naam kunnen of onder de vlag van een belangrijke sponsor.

In verband met mijn leeftijd (85) kan ik qua organisatie daaraan niet meer deelnemen, maar wellicht in het begin wel coördinerend samenwerken om een start te bevorderen met andere geïnteresseerden.


© Jazzenzo 2010