Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Moers Festival buitenbeentje in Europa

CONCERTRECENSIE. Moers Festival, Moers, Duitsland, 7 t/m 9 juni 2019
beeld: Moers Festival
door: Georges Tonla Briquet, Marleen Arnouts

De achtenveertigste editie van het Duitse Moers Festival had voor de derde keer op rij plaats onder leiding van artistiek directeur Tim Isfort. Scatter The Atoms That Remain, Sambanzo, Global Improvisers Orchestra en Anton Eger zorgden voor de meest beklijvende concerten.

  
Marshall Allen, de band Scatter The Atoms That Remain en Sun Ra Arkestra op de podia van Festival Moers.

Niet de grote budgetten en Amerikaanse supersterren bepalen hier de affiche maar een brede en open kijk. Moers is evenmin blijven steken in gratuite nostalgie maar surft mee op de digitale evolutiegolf. Naast de rechtstreekse uitzendingen via Arte en WDR 3 kan je trouwens nadien thuis nog nagenieten. Een greep uit het alweer caleidoscopische aanbod. 

Brazilië
Isfort en zijn ploeg plaatsten een aantal landen in de kijker met Brazilië als grote uitschieter. De Belgische journalist Zjakki Willems pendelt al jaren op en neer en is vertrouwd met de muziekscene aldaar, vooral wat betreft avant-garde en improvisatie. Hij was dan ook de geknipte persoon om dit luik van het festival in te vullen. Zijn minutieus uitgekiend programma werd in laatst instantie weliswaar wat onderuit gehaald doordat twee van de topartiesten een week voor afreis moesten afzeggen. Dit betekende geen Kiko Dinucci of Romulo Froés. De pret en vooral de vibes waren er niet minder om. De focus was hoofdzakelijk gericht op de entourage van het collectief Metá Metá dat de harde kern vormt van de alternatieve scene in São Paulo. 

Onder de naam Clube Da Encruza (vrij vertaald de club van kruisbestuivingen) stonden zes instrumentalisten en een zangeres in wisselende bezetting op het podium om een staalkaart te presenteren van wat er momenteel bij hen broeit. Ze spelen elk in uiteenlopende projecten - de benaming ‘groepen’ horen ze liever niet. In Moers resulteerde dit in een smeltkroes waarvan de origine duidelijk in de ‘Tropicália’ beweging verankerd zat maar nu extra verrijkt werd met stijlelementen uit rock, jazz, fusion en prog. Zangeres Juçara Marçal leidde iedereen door dit eclectisch labyrint. Vertalingen van de (protest)liederen werden daarbij op een scherm geprojecteerd. Terugkerende thema’s waren liefde en hoop in donkere tijden. Populair zullen ze zich hiermee niet maken bij de huidige bewindvoerders maar dat is ook niet de bedoeling van deze vrijbuiters. Hun boodschap van vechten voor vrijheid werd alleszins goed opgevangen in Moers, ook al vergde dit concert de nodige inspanning om deze melting pot te volgen en te doorgronden. 

  
Zangeres Juçara Marçal uit 'Clube Da Encruza'. Rodrigo Brandão trad op met Bart Maris. Tom Zé.

Sambanzo (met vijf muzikanten uit Clube Da Encruza) benaderde heel wat dichter de Braziliaanse versie van ‘antropofagia’, een vorm van cultureel kannibalisme waarbij segmenten en begrippen ontleend worden aan verscheidene stijlen en culturen om er iets totaal onderscheiden mee te creëren. José Oswald de Souza Andrade propageerde het begrip in zijn standaardwerk uit 1928, ‘Manifesto Antropófago’. Concreet betekende dit hier een hitsige cocktail van free en funk met rijkelijke inbreng uit eigen tradities. Een krachtige set over de hele lijn.

Pas nadat Rodrigo Brandão zijn podiumduivels uitgedreven had door diverse orishas op te roepen, kon zijn duo-set met Bart Maris echt beginnen. Een improsessie van woord en trompet waarbij beiden ter plekke de woordenschat en grammatica van een vreemdsoortige taal uitvonden. Nadien bedankte Brandão alle aanwezigen zeer nadrukkelijk door hen allemaal de hand te drukken. Een performance die sporen naliet. Wie de volgende keer boekhandel Barbara in centrum Moers nog eens binnenstapt, moet niet verbaasd zijn dat bepaalde geesten hier nog ronddwalen. 

Tom Zé
De meest authentieke set kwam van Abismu Curtu. Meteen een duik in de rituele en sjamanistische gebruiken en zo weer een ander aspect van de Braziliaanse constellatie dat belicht werd. Alsof je een authentieke veldopname bijwoonde. Heel wat van de magie ging echter verloren doordat het concert in de openlucht plaatshad. Een herkansing in een intiemere setting dringt zich op.

  
Yasei Collective. Akaten (rechts).

Het was vooral uitkijken naar Tom Zé, de man die meer dan zes decennia geleden mede de hele Braziliaanse scene een vernieuwend karakter bezorgde. Hij kwam naar Moers in gezelschap van drie begeleiders uit zijn vertrouwde entourage: Jarbas Mariz (gitaar, cavaquinho, percussie, vocals), Daniel Maia (gitaar, vocals) en Felipe Alves (bas, vocals). Zé blijft een fenomeen. Tweeëntachtig is hij ondertussen maar zijn jeugdig enthousiasme is onverminderd. Net geen uur hield hij de zaal in de ban als een heuse cabaretier. Ondanks zijn gebroken Engels ratelde hij alsmaar door tussen de nummers in. Een verkleedpartij en een goocheltruc met zijn gitaar hoorden bij het spektakel. Hij verafschuwt nog steeds elke format en dat stelde hij heel duidelijk door de ongrijpbare mengeling van samba, rock en muziektheater. Charmant verward over de hele lijn. Dat hij nog maar een drietal keer per jaar optreedt (waarvan dit de enige keer was in Europa voor 2019), maakte dit concert nog unieker. 

Big in Japan
Ander gastland was Japan. De band met het festival is er al vanaf de eerste jaren met als memorabele momenten de verschillende passages van het Shibusa Shirazu Orchestra. 

Yasei Collective kon ons echter niet bekoren. Dit was een regelrechte terugkeer naar de jaren tachtig toen synthesizer en vocoder voor de hippe klanken zorgden. Denk aan Herbie Hancock zijn ‘Rockit’ periode en vooral heel veel Yes en Rick Wakeman. Het snuifje West Coast Get Down (Flying Lotus en vrienden) veranderde hier niet veel aan.

Beide heren van Akaten zorgden voor het Monty Python-moment van het festival. Ze gingen aan de slag met scharen, ritssluitingen en ander vreemdsoortig knutselmateriaal. Er kwam zelfs een gitaar aan te pas, maar niet om een aardig deuntje op te spelen. Een half uur lang brachten ze super korte interventies van een minuut of minder, telkens gevolgd door overdonderend applaus. Het moet gezegd worden dat het publiek in Moers soms wat snel overenthousiast reageert. Curiositeitenkabinet van het festival. 

  
Abacaxi. Pianist Davis Whitfield en drummer Franklin Kiermyer van Scatter The Atoms That Remain.

Frankrijk 
Er was eveneens een focus op Frankrijk. Tim Isfort heeft al jaren een boontje voor een welbepaalde scene in Frankrijk, meer bepaald deze rond de Laboratoire du Château (Auvergne). Waarschijnlijk gebeuren daar interessante dingen maar wat het jonge trio Abacaxi liet horen, kon ons allerminst bekoren. Hun potje hardcore postnoiserock met de decibelmeter helemaal in het rood, bleef steken in repetitieve staccatogolven. Er op los beuken, daar hebben we helemaal geen probleem mee. Alleen moet er ook wat sprake zijn van opbouw en afwisseling. Een heel fysieke voorstelling maar helaas zonder verhaal en dus ook geen ontknoping. We misten vooral een ‘gabba gabba hey’ knipoog à la Ramones. 

Hoofdpodium als draaischijf 
Natuurlijk was er weer een afvaardiging uit New York present. Onder deze, Scatter The Atoms That Remain met Michael Troy (saxofoon) Davis Whitfield (piano) Otto Gardner (bas) en Franklin Kiermyer (drums). Ze zorgden voor een van de hoogtepunten. Troy zweepte de bende op in pure Coltrane-stijl met de assertiviteit van John Zorn. Pianist Whitfield ontbond zijn pianoduivels geruggesteund door bassist Gardner. Drummer en groepsleider Franklin Kiermyer dirigeerde alles met meesterlijke hand(en). Vergeet Kamasi Washington, ‘this is the real thing’. Bij de voorstelling van zijn muzikanten onderlijnde hij het belang van een working band. Hopelijk zo snel mogelijk terug te zien in onze contreien.

Het samenbrengen van Marshall Allen (saxofoon), Rodrigo Brandão (spoken word), Toshimaru Nakamura (electronics) en Günter Baby Sommer (drums) was het tegenovergestelde van een working band. Dit was het schoolvoorbeeld van een publiekstrekker door het occasioneel koppelen van vier grote namen. De teksten van Brandão vormden de rode draad. Zijn drie begeleiders deden hierrond hun ding: spacy klanken van Nakamura, saxofoonuithalen van Allen (flarden pure freejazz, zij het van een overjarige gezant) en roffelende drums van Sommer (beluister vooral eens zijn live-cd ‘Baby’s Party’ op Intakt). Zinsneden als ‘Everything is sound, everything is silence’ en ‘Everything is born, everything is recycled’ bepaalden de toon. Een fenomeen maar zeker niet fenomenaal.

  
DBWL (links). Global Improvisers Orchestra.

Trompettist Peter Evans deed solo zijn ding. Verscholen in een donkere hoek van de concerthal reeg hij loops en circular breathing-techniek aan elkaar. Een cut up spel van verwrongen luchtverplaatsingen en ventielengoochelarij. 

DBLW is een samensmelting van de beginletters van de groepsleden hun naam: vibrafonist Christopher Dell, sound designer Johannes Brecht, drummer Christian Lillinger en bassist Jonas Westergaard. De vier stonden bijna op elkaar geplakt. Zo klonk ook de muziek: heel hermetisch en claustrofobisch door de hoge graad van virtuositeit. Drie kwartier lang werd het publiek een tsunami van hyperkinetische ritmestructuren in de maag gesplitst. Met Lillinger als een ware octopus die met zijn drumsticks de meest ongelooflijke mikado-trucs uithaalde. Brecht introduceerde wat sensurround effecten maar deze boden geen echte meerwaarde. De verwachtingen werden niet helemaal ingelost. 

Titanenwerk
Een typische formatie voor Moers was Global Improvisers Orchestra. De naam is letterlijk op te vatten aangezien ze uit alle uithoeken van de wereld kwamen (Argentinië, Duitsland, England, Myanmar, USA, België, Rusland, Italië, Brazilië). Het instrumentarium was al even sterk uiteenlopend met onder meer accordeon, gyil (een reuze houten xylofoon), theorbe, pat waing (het traditionele percussie-instrument in een halve cirkel uit Myanmar) en elektronica. De artistiek directeur van dit kamikaze avontuur, saxofonist Jan Klare die eveneens de befaamde morning sessions elk jaar in elkaar bokst, had de haast onmogelijke taak dit gezelschap op het juiste pad te houden. Een titanenwerk, vertelde hij nadien, vooral door de onderscheiden persoonlijkheden waarbij de ene zich al wat meer flexibel opstelde dan de andere. Toch genoten we van een overweldigende luisterervaring boordevol spanningsbogen. Meer dan regelmatig lieten de protagonisten hun instrument zo onherkenbaar mogelijk klinken. Dit amalgaam van gemuteerde klanken mondde evenwel uit in een organisch geheel. Het werd nooit een clash van narcistische bruitages maar eerder een laten samenvloeien van klankclusters. Fascinerend vooral was de timing en hoe elkeen het juiste detail precies wist in te lassen. Zo ontwikkelden ze ter plekke en in het moment zelf een vreemdsoortige grammatica voor een eigen dialectiek. Dit is de muziek waarmee Moers zijn reputatie vestigde. Het Global Improvisers Orchestra verzilverde de faam. Meteen een wereldpremière maar helaas na het tweede optreden daags nadien in Nijmegen, ook een one shot. 

  
Joshua Redman trad op met WDR Big Band.  Bex Burch van Vula Viel. Oli Steidle en The Killing Popes.

Eveneens helemaal doordrongen met het DNA van Moers was de samenwerking tussen het klassieke ensemble Musikfabrik NRW en de WDR Big Band onder leiding van Vince Mendoza met als extra gastmuzikant niemand minder dan Joshua Redman. Mendoza kent natuurlijk alle finesses van het vak om klassiek, swing en avant-garde in een kunstzinnige maar ook genietbare vorm te gieten zonder in third stream clichés te vervallen. Dat Redman de solist van dienst was, verhoogde enkel de pret. Passages van kamermuziek wisselden af met georkestreerde actiescènes alsof ze uit een film van John Woo geknipt waren. Beide ensembles kropen als het ware in de wisselende rol van de hoofdpersonages uit diens film ‘Face/Off’. Van Mendoza zijn werk vorig jaar in Moers (met gast Peter Erskine) waren we niet zo onder de indruk maar deze ‘Moers Abstractions’ behoorden zeker tot het beste wat we van hem hoorden.

Festivaldorp
De hele stad wordt bij het festival betrokken. Zo hebben er optredens plaats in kerken, winkels, kantoren, historische gebouwen en op nog heel wat onverwachte plekken. Een OFF-luik dat een programma op zich vormt. Kiezen is hier verliezen. Het festivaldorp, vlak naast de concerthal, is het gedroomde alternatief voor wie er tegenop ziet zich ver te verplaatsen. Gezelligheid troef daar, mede door de gevarieerde eettentjes en de randanimatie. Middenin staat het openluchtpodium, de plaats bij uitstek voor ontdekkingen. De energieke afro-grooves van het Britse trio Vula Viel werkten aanstekelijk. Drum’n’bass’ à gogo op de ondertonen van een aangepaste gyil (een reuzexylofoon in hout uit West Ghana). Bassiste Ruth Goller (Acoustic Ladyland) klonk daarbij alsof ze jaren in een punkbandje gespeeld had.

Met zijn recente ‘AE’ bewees Anton Eger (Phronesis) dat hij goed weet uit welke windrichting de beats tegenwoordig waaien. Live extrapoleerde hij deze karakteristieken op duizelingwekkende manier. Man of machine? Zijn drumpartijen hadden alleszins iets bovenmenselijks. De adrenalinestroom die hierbij vrijkwam, sloeg moeiteloos over bij het publiek. Een set die even goed een plaats verdient op een dancefestival als op een rockweide maar waarschijnlijk nog beter gedijt in een heuse club. Verschroeiende trance van de 21e eeuw.

Smörgåsbord
Moers was wederom een muzikaal smörgåsbord. Voor vele groepen en artiesten was het festival in het verleden de springplank naar een erkenning op grote schaal. Trouwe bezoekers weten dit al decennia. Zo trad Mulatu Astatke hier op voordat de hele heropleving rond zijn figuur uitbarstte. Het is afwachten wie in de nabije toekomst doorbreekt maar we tippen alvast Scatter The Atoms That Remain en Sambanzo.


© Jazzenzo 2010