Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Weinig muzikale durf bij Joshua Redman

CONCERTRECENSIE. Joshua Redman met Jazz Orchestra of the Concertgebouw, Concertzaal Tilburg, 22 januari 2020
beeld: Olga Beumer 
door: Cyriel Pluimakers

Het Jazz Orchestra of the Concertgebouw timmert al jarenlang aan de weg met interessante projecten, waarvoor regelmatig buitenlandse musici en arrangeurs worden uitgenodigd. Bijzonder is dat het orkest erin geslaagd is om de grote Joshua Redman voor een aantal dagen te strikken met de fameuze arrangeur en dirigent Jim McNeely. Een initiatief dat geleid heeft tot een drietal Nederlandse optredens in Heerlen, Arnhem en Tilburg. Een lijstje, waarop de Randstad nu eens een keer ontbreekt.

  
In Concertzaal Tilburg trad Joshua Redman op met Jazz Orchestra of the Concertgebouw onder leiding van Jim McNeely.

Degelijk
McNeely is sinds 2011 muzikaal leider van de Frankfurt Radio Big Band, een initiatief van de Hessische Rundunk. Zijn reputatie als componist/arrangeur en dirigent voor grote jazzensembles leverde hem negen Grammy-nominaties op. Daarnaast was hij vaste pianist bij het fameuze Thad Jones/Mel Lewis Jazz Orchestra (later Vanguard Jazz Orchestra) en speelde hij jarenlang met Stan Getz en Phil Woods.

Redman is een van de meest toonaangevende en succesvolle saxofonisten van dit moment: een degelijke blazer die zelden teleurstelt. Zijn solo’s vormen afgewogen kunstwerkjes die getuigen van groot vakmanschap, maar tegelijkertijd ook van iets te weinig muzikale durf. Een belangrijke eigenschap die we wel terugvinden bij actuele blazers als Branford Marsalis, Chris Potter en James Brandon Lewis. Redman zoekt zelden de grenzen op. 

  
In de tweede set lijken orkest en stersolist min of meer los te komen en zich muzikaal vrijer op te stellen.

Geharnast
Het Tilburgse concert start met een vijftal stukken die grotendeels afkomstig zijn van Redman’s laatste album ‘Come What May’. Een album gevuld met degelijk, maar allerminst avontuurlijk werk. De geharnaste arrangementen van McNeely zijn net iets te stevig voor de lastig te beteugelen akoestiek van de concertzaal. Het koper spettert en de bekkens van drummer Martijn Vink sissen er driftig op los. Aan alles voel je dat de ruimte ooit bedacht is voor klassieke muziek en dat de impact van deze bigband net een tandje te veel is. De solo’s die Redman op zijn tenorsaxofoon speelt zijn nogal eenvormig en pas in het laatste stuk voor de pauze vallen er enige onverwachte momenten te ontdekken: het qua structuur bijna wiskundige ‘Parallelogram’. Een compositie die trouwens geen deel uitmaakt van zijn laatste release ‘Come What May’. 

Ontlading
Pas in de tweede set lijken orkest en stersolist min of meer los te komen en zich muzikaal vrijer op te stellen. Het ritmisch ingewikkelde ‘Stagger Bear’ vormt een aansprekende opener. Fraai solowerk valt er ondertussen te horen van trompettist Ruud Breuls en vier van de saxofonisten uit het orkest krijgen elk een feature. In de afsluiter, het funky ‘Sweet Nasty’, worden nog even alle remmen losgegooid. Toetsenist Peter Beets pakt uit met de Fender Rhodes en Redman laat eindelijk het achterste van zijn tong zien. Een muzikale ontlading volgt in de toegift ‘Long Way Home’, een feel good stuk dat zorgt voor een ovationeel slotapplaus. 


© Jazzenzo 2010