Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

De laatste adem van het zwarte goud

COLUMN
door: Cyriel Pluimakers









De vinylcollectie van een jazzverzamelaar.



In de jaren zeventig, tachtig en negentig ging mijn hart telkens harder kloppen als ik een bezoek bracht aan een platenzaak. Mijn huis raakte in de loop der jaren tot de nok van mijn zolderkamer met vinyl gevuld. Jazz was mijn grote liefde en daarna kwamen klassiek en wereldmuziek aan de beurt. In tegenstelling tot mijn generatiegenoten heb ik nooit iets gehad met symfonische of psychedelische rock, maar wel met soul. De vinylcollectie overschrijdt tegenwoordig vier nullen en hoeveel ik eraan uitgegeven heb, is een zorgvuldig bewaard geheim. Regelmatig word ik door platenhandelaren benaderd of ik er niet aan wil denken om de verzameling te verkopen.

Compact Disk
Bijzonder goed kan ik me het moment herinneren dat Philips en Sony in 1983 gezamenlijk de CD introduceerden. Het geluid zou natuurlijker zijn en het schijfje onverwoestbaar. Er ontstond een nieuwe groep klanten die alleen maar DDD (Direct Digital Disk) uitgaves wilden. Een bezoek aan mijn hifi-zaak overtuigde me er snel van dat dit nieuwe medium tegenviel. Zelfs met een Nakamichi van 6000 gulden was het geproduceerde geluid messcherp en de reproductie van de ruimte ver te zoeken. Strijkers klonken als een cirkelzaag, piano’s als een spijkerbak en het hoge register van Michael Brecker floot om je oren. In de loop der tijd kwamen de platenmaatschappijen erachter dat de CD zijn nieuwheid ook op een andere manier kon demonstreren. De opnames werden warmer, analoge buizenapparatuur deed opnieuw zijn intrede en soms werden er voor de opname zelf vintage bandrecorders gebruikt om de muziek pas daarna te digitaliseren.

Vinyl
Tot begin jaren negentig heb ik het volgehouden om geen CD’s aan te schaffen en steeds op zoek te gaan naar een vinyl-versie. Mijn mooie Thorens platenspeler klonk vele malen realistischer dan welk digitaal apparaat ooit. Een breekpunt vormde het moment dat er van sommige nieuwe opnames geen LP meer verscheen. Het werd voor platenmaatschappijen te duur om naast de CD ook nog een vinyl-versie uit te brengen. Vaak stonden er op CD extra tracks, omdat deze geluidsdrager wel 74 minuten muziek kon bevatten. Maatstaf hiervoor was ooit de door Furtwängler gedirigeerde versie van de Negende Symfonie van Beethoven. Jarenlang verdwenen titels zagen opnieuw het levenslicht als digitale drager. Toch bleef er een zweem van wantrouwen rond de CD hangen, omdat de geluidsweergave minder was dan die van vinyl afgespeeld op een serieuze platenspeler. 

SACD
De samenwerking tussen Sony en Philips leidde rond het nieuwe millennium tot de introductie van de SACD. Vele studioruimtes werden door Sony gevuld met apparatuur volgens het DSD (Direct Stream Digital) principe, die inderdaad zorgde voor een veel realistischere opname en dito weergave. Kostbare SACD-spelers zagen het levenslicht en het leek erop of er een nieuwe wereld openging. Maar de markt bleef beperkt tot audiofielen en de gewone consument hoorde het verschil niet. De imposante hifi-systemen uit de jaren zeventig en tachtig waren ingeruild voor compacte setjes en menig echtgenote sprak haar banvloek uit over al te zichtbare luidsprekers. Uit plastic kastjes van Bose en vergelijkbare merken hoorde je natuurlijk nooit het verschil tussen CD en SACD.

  
Thorens TD 124 platenspeler. Een setje Sonos speakers. De Philips CD100.

iPod
De SACD was dus reddeloos verloren en veel platenmaatschappijen beperkten zich snel weer tot de CD. Fraai uitgegeven Digipacks en andere chique edities zagen het levenslicht in plaats van de liefdeloze plastic doosjes. 

Inmiddels had de iPod zijn intrede gedaan, een door Apple ontwikkeld apparaat waarop je in gecomprimeerd formaat duizenden tracks en honderden albums kon bewaren. Naast door Apple bedachte compressieformaten deed ook MP3 zijn intrede en dit werd een wereldwijd succes. Ontdaan van alle 3D, lage tonen en het nodige hoog luistert de gemiddelde consument nu naar een soort vage foto van wat ooit een scherpe afdruk was. Naast de legale platforms maken op internet ook diverse piraten hun opwachting. Eerder werd er al driftig gekopieerd op CD-R’s maar nu ontdekte de jonge consument dat muziek echt niets meer hoefde te kosten. Artiesten en platenmaatschappijen zagen hun inkomsten verdampen en er werden over de hele wereld dure rechtszaken aangespannen. Terwijl gespecialiseerde advocaten overuren maakten, zag Spotify het levenslicht. De technologische kant van het bedrijf zit in Zweden en de financiële kant in Luxemburg. Met allerlei trucks slaagt Spotify er tot op de dag van vandaag in om artiesten met een bedrag af te schepen waarop het woord fooi nog niet eens van toepassing is. Napster is een legaal bedrijf geworden en daarnaast is Deezer opgestaan.

De geluidskwaliteit van Spotify is geschikt voor een mobiele telefoon of de trendy plastic doosjes van Bose of Sonos, maar op een serieuze installatie hoor je meteen dat er een ‘gat’ in het geluid is. De aangename luchtigheid die op je toestroomt is in feite een aanzienlijke reductie van de digitale informatie. 

Nostalgie
Gelukkig leveren providers als Apple Music, Tidal en Qobuz ook muziek in CD-kwaliteit. Qobuz zelfs in 24-bits hoge resolutie, een formaat van studiokwaliteit. De jazzcatalogus van elk van deze drie is bijzonder omvangrijk en oude jazzalbums waarvan ik dacht dat ze nooit weer boven water zouden komen, zien opnieuw het levenslicht. Even wilde ik mijn 10.000+ vinylcollectie in de etalage zetten tot ik onlangs stevig op de schouder werd getikt: het historische Blue Note en het gerenommeerde ECM hebben weer succes met vinyl en zelfs het Nederlandse Challenge Records gaat zijn focus hierop richten. Ook kleine labels als Zennez Records, Whirlwind Recordings en Dox Records zijn in dit gat gestapt. Vinyl hoeft niet meer zwart te  zijn, maar kan ook een hip kleurtje krijgen als rood, roze, blauw of groen. Ironisch is dat er voor de meeste LP’s een digitale master gebruikt wordt en dat de persingen gefabriceerd worden van gerecycled materiaal. Met compressie worden details in de opname extra hoorbaar gemaakt, zodat het lijkt alsof vinyl beter klinkt. Wie houdt nu wie voor de gek? 

Uiteraard is het nostalgisch om muziek tastbaar in je handen te hebben en gezellig plaatjes te draaien. Zo krijgen hipsters bij een bekende Amsterdamse platenzaak na sluitingstijd les hoe je met platen moet omgaan, want het materiaal blijft kwetsbaar. Ook het afspelen op een stukje speelgoed als een Crosley pick-up blijkt niet bevorderlijk te zijn voor de levensduur.  De huidige opleving heeft nog het meest weg van een tijdelijke trend die weer overwaait. De digitale verspreiding heeft de toekomst en veel platenmaatschappijen bieden deze mogelijkheid al op hun websites aan. Zelf heb ik een abonnement op Qobuz afgesloten, dat een schitterende jazzcatalogus heeft en vele collectors items binnen handbereik. Wordt het tijd om mijn vinyl-mausoleum op een veilingsite te zetten?


© Jazzenzo 2010