Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

I Don’t Hear Nothin’ But The Blues – Volume 3: Anatomical Snuffbox

CD-RECENSIE

I Don’t Hear Nothin’ But The Blues – Volume 3: Anatomical Snuffbox
bezetting: Jon Irabagon tenorsaxofoon; Mike Pride drums; Mick Barr gitaar; Ava Mendoza gitaar
opgenomen: 27 april 2019, The Stone, New York
uitgebracht: 10 november 2020
label: Irabbagast Records
aantal stukken: 1
tijdsduur: 46’57
website: www.jonirabagon.com
door: Georges Tonla Briquet


Volume 3 van de Amerikaanse tenorsaxofonist Jon Irabagon zijn groep I Don’t Hear Nothin’ But The Blues is net uit onder de titel ‘Anatomical Snuffbox’. Nieuw daarbij is dat naast drummer Mike Pride en gitarist Mick Barr nu ook gitarist Ava Mendoza deel uitmaakt van dit powergezelschap. Hun hardcore improvisatie blijft nog steeds even vervaarlijk, ongrijpbaar en overweldigend.

Jon Irabagon (Mostly Other People Do The Killing, Dave Douglas Quintet, Barry Altschul’s 3DOM Factor, Mary Halvorson Quintet) had in 2019 een residentie in The Stone, de spraakmakende club van John Zorn. De saxofonist dacht er aanvankelijk aan om een van de avonden solo op te treden maar besliste in laatste instantie zijn groep I Don’t Hear Nothin’ But The Blues op te trommelen. Het was al een hele poos geleden dat ze nog op een podium stonden en de tijd was duidelijk rijp, nu Ava Mendoza de rangen vervoegd had. Het was niet de bedoeling een cd met dit materiaal uit te brengen maar bij herbeluistering een jaar later in volle lockdown toen hij zich ver buiten New York bevond, vatte Irabagon het idee op voor een officiële release. Hij haalde er Christian Castagno bij voor de mastering en Jamie Saft deed de mixing. Allemaal vrienden uit de New Yorkse scene die weten hoe je met dergelijk materiaal om moet gaan.

Want ‘Anatomical Snuffbox’ is niet zomaar een live-opname. Wie de twee vorige cd’s kent, is gewaarschuwd. Voor anderen wordt dit een stevige uppercut. Drie kwartier lang improviseren de vier er op los alsof ze alle snelheids- en geluidsrecords willen verpulveren. Ze gunnen elkaar geen enkele rust- of adempauze zonder dat er sprake is van een frontale confrontatie. 

De vier vormen een hechte band die onder het motto ‘een voor allen, allen voor een’ improviserend grenzen verleggen. Eens het krachtveld geladen begint de race, zesenveertig minuten lang. Als bij een aardbeving waar tektonische platen zich langzaam maar zeker verplaatsen. En toch is dit geen ongecontroleerde chaos of drone doom à la Sunn O))) bijvoorbeeld. Het is weliswaar zo dat je pas na herhaalde beluisteringen de lichte verschuivingen opmerkt die plaatshebben. Zeker de uitwisselingen tussen beide gitaristen komen dan naar voren. De koptelefoon helpt hierbij, wel opgepast met de volumeknop in het begin want dit is toch echt een heuse mindfuck van jewelste. Beklemmend bij aanvang, bevrijdend na drie kwartier, althans voor wie een open geest heeft.

Wat namedropping om dit alles te kaderen: John Zorn, Elliott Sharp, Marc Ducret, Raoul Björkenheim, Casper Brötzmann, James Blood Ulmer, het Franse powertrio Jean Louis, Colin Stetson, Zu, Monolithic en de meest extreme uitlaten van het ICP. De cd is trouwens opgedragen aan Willem Breuker van wie Irabagon altijd al een grote fan was.


© Jazzenzo 2010