Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Jef Neve houdt kolkende notenzee in bedwang met penseelstreken

CONCERTRECENSIE. Jef Neve Trio, Paradox Tilburg, 13 januari 2012
beeld: Liesbeth Keder
door: Rinus van der Heijden

Een kleine man achter een groot instrument. Vaak rijst hij op van zijn kruk om met gebogen knieën de vleugel te bedwingen. Een voortdurende fysieke strijd lijkt het, het muzikantschap van Jef Neve. Maar de Vlaming wint altijd. Daarvan getuigde het concert in Tilburg van deze kleine man, waar hij met zijn individuele aanpak een nieuwe standaard leek te willen zetten voor het klassieke pianotrio in de jazz.


Een uitmuntend Jef Neve Trio presenteerde in het Tilburgse Paradox hun nieuwste album 'Imaginary Road’.

Het is heel wat wat pianist/componist/leider Jef Neve, contrabassist Ruben Samama en slagwerker Teun Verbruggen komen brengen. Eigenlijk te veel om op te noemen, maar vooruit: de meest in het oog springende kenmerken zijn een glanzende techniek, een afwijkende visie op groepsspel, overvloedig rondfladderende ideeën en een gebeeldhouwd samenspel. En deze kwalificaties gelden voor alle drie: het Jef Neve Trio heeft zich opgewerkt tot een van de meest spraakmakende pianotrio’s van dit moment.

De twee Belgen en Nederlander Samama speelden voornamelijk werk van de laatste cd ‘Imaginary Road’, de vijfde alweer sinds ‘Blue Saga’ in 2003 het levenslicht zag. Het album bevat een keur aan verschillende composities, vrijwel allemaal van de hand van Jef Neve. Hij was het die deze avond alle stukken die voorbij kwamen van een passende en uiterst goedmoedige toelichting voorzag, waardoor het niet anders kon dan dat de fantasie van de (vele) toehoorders extra werd geprikkeld.

Het maakt dit intrigerende trio kennelijk niet uit wat uit het binnenste van het driemanschap opborrelt. Of het nu in up-tempo moet, of er contrasten moeten worden opgestapeld, of een stuk rustig meandert; ieder neemt zijn deel, legt voetangels uit voor de anderen en bouwt zodoende elke compositie om naar niveaus die je normaliter niet hoort in zulke kleine bezettingen. Opvallend bij dit alles is overigens dat vooral in ballades - zoals bijvoorbeeld in de oudere compositie ‘Inner Peace’ – het trio op zijn best is. Hier eigenden piano en contrabas zich de vrijheid toe om met veel lucht tussen de noten een indringende ruimtelijkheid te scheppen.

“Als kunst goed gemaakt is, kan het alle kanten uitgaan”, zei Jef Neve in sappig Vlaams tijdens een van zijn toelichtingen. Het trio bracht die woorden in elke noot in praktijk. Want al doelde de leider hier vooral op schilderkunst, ook in zijn muziek en die van zijn trio wordt de gehele oppervlakte opgezocht, worden met zwierige penseelstreken suggestie en werkelijkheid op een gelijk niveau gebracht.


Jef Neve, Ruben Samama, Teun Verbruggen.

Jef Neve mag dan een uiterst bedreven pianist zijn, de andere twee doen niet voor hem onder. Teun Verbruggens drumstijl maakt dat hij half afgewend van zijn medemusici zit. Het verschaft hem de mogelijkheid als lijkt het in gedachten de ingewikkeldste slagwerkpatronen te slaan, dwingende accenten uit te delen, ritselend met percussiedingetjes gaatjes te vullen.

En contrabassist Ruben Samama? Hij zorgde tegen het einde van het concert voor het mooiste moment van de avond. In een eigen stuk, opgedragen aan zijn Koreaanse vrouw, zette hij een fascinerende, lange bassolo neer met gebruik van elektronica. Over gesampelde basklanken legde hij zijn stemgeluid, dat uitmondde in angstaanjagend gegier en via een intensief geplukte baspartij in een kolkende notenzee, waarna hij zijn stem liet overgaan in doodgewoon menselijk gefluit.

In de laatste compositie gooiden Neve, Samama en Verbruggen alle remmen los. De piano spuwde salvo’s als uit een machinegeweer, contrabas en slagwerk leken helemaal door te draaien. Léken, want de innerlijke kracht van dit trio laat nooit toe dat de trein echt ontspoort. Uit de rails gaat het slechts in de improvisaties, in alle andere gevallen stoomt het trio gewoon door naar de top van Europese jazzmuziek.

Jef Neve vertelde dat hij bezig is aan een complete vernieuwing van zijn repertoire. ‘Songs of a new world, a sign of hope’ heet dat project. Het geloof in een nieuwe generatie wil hij er in uitdrukken. Maar heeft hij dan niet in de gaten dat hij en zijn twee kompanen al tot deze nieuwe generatie behoren?


© Jazzenzo 2010