Bezinnende ambientpop van Nils Frahm blijft aan de oppervlakte CONCERTRECENSIE. Nils Frahm, Amstelkerk Amsterdam, 17 mei 2012 En dus zoeken vele mensen methoden om evenwicht en kalmte te vinden. Het aanbod aan yogacursussen groeit met de dag. Leer naar jezelf luisteren, wat zijn je eigen behoeften en laat je niet verleiden door omgevingsfactoren die geest en lichaam in disbalans brengen.
beeld: Thomas Huisman
door: Tim Sprangers
We worden overal overweldigd door een beeldenstorm en allerlei media dringen zich aan ons op. Je moet op de hoogte blijven van wat er gebeurt in jouw kleine kring via twitter en facebook en laten weten waar jij mee bezig bent en wat je interesseert. Met een Iphone als zielsmaat ben je constant up-to-date. Zeker als Randstedelijke, goed opgeleide jongvolwassene behoor je aanwezig te zijn bij openingsfeestjes van tentoonstellingen of pop-up cafés. En dat weer te verspreiden via social media. In deze gehaaste Westerse maatschappij is de opgefokte bewijsdrang verhevigd.
![]()
Nils Frahm tijdens zijn soloconcert in de Amstelkerk te Amsterdam.
Volgens de Volkskrant, zoals in een artikel afgelopen november mooi uiteengezet, ligt in deze gehaastheid ook de oorzaak van een nieuwe muziekstroming. Noem het neo-klassiek of ambientpop. Het is een contrabeweging, haaks op de gejaagde samenleving, ontstaan uit het centrum van de Europese hipstercultuur: Berlijn. Muziek met liefde voor de klank: microfoons op de snaren, luister naar hoe een pianosnaar tientallen seconden resoneert en is het kraken van de houten kruk op zich al een prachtig geluid. En natuurlijk wordt er geplukt van het minimalgenre; de repeterende figuren laten je de ogen sluiten, dromen en maken je zen.
Samen met Peter Broderick behoort de jonge Nils Frahm (1982) tot de goeroes van deze stroming. De pianist en geluidslaborant heeft al een flinke reeks platen op zijn naam staan met telkens andere accenten, maar met steeds dezelfde uitwerking. Uit alles spreekt bezinning, vanuit een onvoorwaardelijke bewustwording van hoe klanken klinken. Op Wintermusik (2009) overheerst de sprookjesminimal, met fijn zwevende belletjes en melancholische accordeon en orgel. En het meest treffend was het album Felt (2011) waarop, naast lieve wijsjes, pianostrelingen wonderlijk spelen met papierwrijvingen en de xylophoon in dialoog is met Frahms ademhaling.
![]()
Nils Frahm met een willekeurige pianist uit het publiek achter de vleugel.
Een kerk, de ideale plek natuurlijk voor zo’n geluidskunstenaar. In totale sereniteit en bijzondere akoestiek de geluiden tot je nemen. Frahms solo-optreden is helaas verplaatst van de neoclassicistische kerk de Duif naar de andere kant van de prinsengracht, de veel moderner verbouwde Amstelkerk. Niet alleen jammer vanwege het cleane uiterlijk, vooral het geluid blijkt pover. Tijdens de harder aangeslagen tonen klinkt de piano kunstmatig. En dat staat haaks op wat we van Frahm gewend zijn. Zoals er wel meer dingen niet voldoen aan de verwachtingen.
In het begin van het concert horen we wel degelijk zijn overpeinzende noten. De klankexercities vinden basis in spontaniteit. Hij schrijft zijn composities nooit geheel uit, ze moeten open blijven voor wat het ogenblik verlangt. Via deze improvisaties stroomt hij langzaam naar herkenbare thema’s van zijn cd’s. Het gebeurt met ronde klanken die zich vormen in herhalende patronen. Dat klinkt mooi, hoewel Frahm ze, naarmate het concert vordert, met wel erg veel bombasme speelt.
Hierin schuilt een groot gevaar: overromantisering. De sprookjes die Frahm vertelt zijn een stuk concreter dan op de plaat, waardoor de fantasieruimte van de luisteraar tot een minimum wordt beperkt. De minimalpatronen klimmen en klimmen, tot ze de top van zoetigheid bereiken, er zelfs overheen vallen en voorbij de essentie schieten. Dan is kitsch dichtbij. Het zou kunnen dat hij te moe is om echt te graven in het klankspectrum (laat naar bed en een vroege chartervlucht is inderdaad geen goede combinatie), want Frahm bleef, anders dan op zijn platen, aan de oppervlakte. Dan is het een leuk idee om voor het laatste nummer een willekeurige pianist uit de zaal erbij te roepen, maar de beste man weet zich geen raad met Frahms cirkelende begeleiding.
© Jazzenzo 2010