Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Het woeste schilderbeest dat de materie zijn wil oplegde

JAZZ & BEELDENDE KUNST
door: Johan Bakker









Karel Appel bespeelt de drums voor zijn album ‘Musique Barbare’.



Door de jaren heen hebben beeldend kunstenaars en jazzmusici elkaar gestimuleerd. In deze serie bekijken we enkele opvallende voorbeelden hiervan. Deze keer het werk van Karel Appel.

  
Werken van Karel Appel met links het 'Portret van Dizzy Gillespie’ uit 1957. Appel aan het werk.

Opzwepende jazzplaten
De naam van Karel Appel (1921 – 2006) is onlosmakelijk verbonden met jazzmuziek. De Nederlandse kunstenaar was, net als veel van zijn Cobra-collega’s, een hartstochtelijk jazzliefhebber. Om de juiste werkomstandigheden te creëren draaide hij in zijn atelier opzwepende jazzplaten. De documentaire ‘De werkelijkheid van Karel Appel’ die Jan Vrijman in 1961 maakte, laat zien hoe intuïtief en ongeremd Appel de verf op zijn doeken aanbracht. Aanvankelijk had de kunstenaar bedenkingen bij het filmproces omdat Vrijman hem zou storen in zijn concentratie. De cineast kwam echter op het briljante idee om zijn camera achter een in het doek aangebrachte opening te positioneren. Hierdoor kwamen de kijkers letterlijk oog in oog te staan met het woeste schilderbeest dat de materie zijn wil oplegde met een paletmes of met zijn blote handen. 

  
Albumhoes 'Musique Barbare'. Karel Appel en Jan Vrijman tijdens de opnamen van ‘De werkelijkheid van Karel Appel’, Baarn, 1961 door Ed van der Elsken. Het schilderij met de opening waardoor Jan Vrijman filmde. 

Verkeerd begrepen
Karel Appels beruchte uitspraak ‘Ik rotzooi maar zo’n beetje an,’ werd door veel mensen verkeerd begrepen. Dankzij Appels jarenlange schilderervaring vertrouwde hij net als een improviserend musicus op zijn intuïtie. Als Appel de verf spontaan tegen het canvas smeet, was het resultaat dan ook van een totaal andere orde dan de imitatie-pogingen van lefgozers die schamperden: ‘Dat kan mijn kleine zusje ook.’ 

Inspiratiebron voor muzikanten
Tijdens zijn verblijven in New York en Parijs in de jaren vijftig ontmoette Appel muzikale helden als Miles Davis, John Coltrane, Dizzy Gillespie en Count Basie. De jazzmusici kwamen maar al te graag naar zijn studio om zich door de Nederlandse schilder te laten vereeuwigen. Appels krachtige en intense uitbarstingen van kleur waren omgekeerd een inspiratiebron voor muzikanten. Appel maakte zelf trouwens ook muziek. Voor de genoemde documentaire maakte Jan Vrijman gebruik van improvisaties van Dizzy Gillespie en van fragmenten van Appels plaat ‘Musique Barbare’ waarop de kunstenaar alle instrumenten zelf bespeelt.

  
Voorkant catalogus ‘Karel Appel, Jazz 1958 – 1962’, Cobra Museum, Amstelveen, 2008. Affiche North Sea Jazz 2000. De door Appel beschilderde entrée van het Congresgebouw Den Haag (nu World Forum).

North Sea Jazz
In 2000 ontwierp Karel Appel een van de mooiste affiches uit de geschiedenis van North Sea Jazz. Het festival vond toen nog plaats in het Haagse Congresgebouw (het huidige World Forum), waar Appel in 1968 een enorme muurschildering had aangebracht op de voorgevel.




Karel Appel - Musique Barbare.



De werkelijkheid van Karel Appel.
door: Jan Vrijman (1961).


© Jazzenzo 2010