Jazzahead '26 zoekt nadrukkelijk de randen op FESTIVALRECENSIE. Jazzahead 2026, Messe Bremen, Bremen, 23, 24 en 25 april 2026 Drijvende kracht
beeld: Eric van Nieuwland
door: Jeroen Jansen
Twintig jaar is een mijlpaal die bescheidenheid verdient en trots toelaat. Jazzahead begon in 2006 als een kleine vakbeurs met minder dan honderd exposanten, een bescheiden bijeenkomst voor een handvol Duits- en Oostenrijkse jazzprofessionals die iets wilden opbouwen in Bremen, een stad die je normaal gesproken niet in één adem noemt met de grote Europese jazzcentra.
![]()
Saxofonist Yvonne Moriel, Redi Hasa van Trio L'Antidote en Nabou waren onder meer te zien op Jazzahead 2026.
Dat Hans Peter Schneider, de drijvende kracht achter Messe Bremen, zijn festival nooit heeft willen verplaatsen naar een stad met een groter jazzkaliber, is typerend voor zijn aanpak: kleinere steden waarderen internationale evenementen meer, en de stad laat bezoekers niet weglopen van de conferentie. Die intuïtie heeft zich bewezen. In de beginjaren ontbraken de doemdenkers niet die de teloorgang van Jazzahead voorspelden, zeker nadat de ‘International Association of Jazz Educators’ in 2008 ten onder ging. Maar de organisatie vond haar niche en haar ritme, en groeide gestaag in schaal en zelfvertrouwen. Twee decennia later is Jazzahead uitgegroeid tot de grootste jazzindustrie-ontmoeting ter wereld: meer dan twintigduizend bezoekers, ruim drieduizend vakspecialisten uit meer dan zestig landen, en een showcaseprogramma dat het volledige spectrum van de internationale jazzscene etaleert.
Formule
De formule staat als een huis: showcases van een half uur of drie kwartier, een congresgedeelte waar labels, festivals en boekingskantoren elkaar vinden, en een ambitieuze reeks clubnachten verspreid door de stad, dit jaar zelfs tot aan Bremerhaven. Die uitwaaiering is lovenswaardig maar ook enigszins problematisch: de clubnachten zijn nauwelijks te combineren met het dagprogramma in de Messe zelf, en je vraagt je af of het niet verstandiger zou zijn daar een aparte dag voor vrij te houden. Maar het is een kleinigheid in een groter verhaal van groei en durf.
![]()
Aksel Rønning Trio, de Frans-Amerikaanse zangeres Malikka Zarra, en pianiste Britta Serverin.
Durf
Want durf heeft Jazzahead. De editie van 2026 was opvallend inclusief van samenstelling en zocht nadrukkelijk de randen op, iets wat de afgelopen twee decennia geleidelijk maar zichtbaar is gegroeid. Zweden mocht zich dit jaar presenteren als gastland, en de Scandinavische aanwezigheid gaf het programma een extra dimensie. Wie donderdagmiddag de zaal binnenliep voor de showcase van de Aksel Rønning Trio, bevond zich direct in een andere wereld. De Noor Rønning speelt naast tenorsaxofoon ook op een tenorEWI, een elektrisch blaasinstrument dat de grenzen van het jazz-idioom met rust laat maar ze wel flink oprekt. Zijn muziek, gebaseerd op poëzie, was sfeervol van karakter, begeleid door animaties op de achtergrond die het dromerige karakter onderstreepten.
Trio l’Antidote
Eén van de hoogtepunten van donderdag was Trio l’Antidote, een samenwerking van drie musici die ieder een eigen traditie vertegenwoordigen en iets geheel nieuws scheppen. De Iraans-Franse percussionist Bijan Chemirani, afkomstig uit een dynastie van Perzische zarb-spelers en samenwerkingspartner van onder anderen Sting en Juan Carmona, vormt een trio met de Libanese pianist Rami Khalifé en de Albanees-Italiaanse cellist Redi Hasa, die bijdroeg aan de soundtrack van Céline Dions Oscar-genomineerde documentaire. Hun debuutalbum heet simpelweg ‘L’Antidote’, een titel die ook programmatisch gelezen mag worden. Klassiek, folk en hedendaagse jazz lossen in hun muziek in elkaar op zonder dat één van die tradities het onderspit delft. Dit is hoe vermenging klinkt als ze vanuit eerlijkheid en vakmanschap wordt nagestreefd.
![]()
BITOI, bassiste Tonina en haar band, het gezelschap van Nabou.
Vervreemdend maar fascinerend
Ook BITOI wist donderdag diepe indruk te maken, al was het op een heel andere manier. De groep werd opgericht door de Zweeds-Ethiopische bassist en componist Cassius Lambert, samen met vocalisten Alexandra Shabo, Lise Kroner en Anja Tietze Lahrmann. De afkorting staat voor Bass Is The Original Instrument. De teksten zijn gebaseerd op fonetische interpretaties van vogelgeluiden, aangevuld met keeldrumming, fluittechnieken en windsounds die verweven zijn in een rijk klanklandschap. Het resultaat is vervreemdend maar fascinerend, een muziek die je nergens anders kunt plaatsen. Hun debuutalbum ‘Sirkulu’ verscheen in maart 2025 op het Zweedse label Supertraditional en vormt de ideale ingang voor wie na deze showcase meer wil horen.
Niet alles op donderdag was zo grensverleggend. Re: Calamari riep de geest van Weather Report op, zeldzaam tegenwoordig, met Oliver Lutz op basgitaar en Pablo Held op toetsen als kloppend hart van de groep. En Tonina verraste met een uitstraling die de zaal vulde en een gitarist die zijn werk afleverde met een vanzelfsprekendheid die zelden zo direct voelt.
![]()
Pianiste Sol Lang speelde met haar trio, Sydney Mvundla trad op met zijn kwartet, de Amerikaanse zangeres Sorvina.
Persoonlijke groei
Vrijdag bracht een eigen dynamiek. Het Sol Jang Trio opende de dag met een directheid die meteen raak was. Sol Jang is een Zuid-Koreaanse pianiste en componiste die klassieke muziek studeerde in Seoul voordat ze naar Philadelphia trok voor haar jazzstudies en uiteindelijk in Nederland terechtkwam. Haar stijl combineert dichte, hoekige harmonie met een speelse swing waarbij ruimte, textuur en spanning voortdurend worden afgewisseld met momentum, melodie en groove. In Bremen speelde ze onder meer met Johannes Fend op contrabas, en zijn spel was een openbaring: melodisch, ritmisch onwrikbaar en met een warme, resonerende toon die de muziek van onderen droeg en tegelijk openlegde. Haar debuutalbum ’19-29’ verscheen in oktober 2024 bij Unit Records, een reflectie op een decennium van persoonlijke groei en muzikale ontdekking, en de cinematische kwaliteit van dat album was ook op het podium voelbaar. Romantisch en meeslepend, zonder ooit sentimenteel te worden.
Daarna toonde de Belgische trombonist Nabou zich van haar beste kant met composities van haar nieuwe album ‘Indigo’, in samenspel met gitarist Gijs Idema, een combinatie die werkte zoals goede samenwerkingen werken: alsof het nooit anders is geweest.
![]()
Pianist Jeremy Ledbetter en bassist Rich Brown uit diens trio. Peter Somuah Group uit Nederland.
Jeremy Ledbetter
Vervolgens was het de beurt aan het Jeremy Ledbetter Trio, en wie zijn naam nog niet kende, kende hem na afloop. De Canadese pianist reisde zijn halve leven de wereld over op zoek naar de meest intrigerende muzikale ideeën, van Trinidad tot Venezuela en Brazilië, en werd in die periode artistiek directeur van calypso-icoon David Rudder. Met drummer Larnell Lewis van Snarky Puppy en bassist Rich Brown bracht hij in 2018 het debuutalbum ‘Got a Light’ uit, geprezen als ‘een gecontroleerde explosie van grote ideeën’. Hun tweede album uit ‘Gravity’ uit 2024 won eerder dit jaar de Juno Award voor beste jazzalbum van Canada. Op het podium was Ledbetter een verhalenverteller in optima forma, en Lewis een ritmische krachtbron die de muziek van binnenuit voortdreef.
Yvonne Moriel
Maar de verrassing van vrijdag, misschien wel van het hele festival, was Yvonne Moriel. De Oostenrijkse saxofoniste en componiste groeide op in Tirol, studeerde zowel klassiek als jazz en werd in 2024 bekroond met de Oostenrijkse Jazzprijs voor ‘beste nieuwkomer’. Met haar in 2022 opgerichte project ::sweetlife verbindt ze jazz met dub en elektronische muziek, een band die al snel internationaal de aandacht trok. Het debuutalbum van de band verscheen eind 2025 en is een heldere introductie tot haar muzikale wereld. Op het podium was ze krachtig, zelfverzekerd en volstrekt integer in wat ze neerzette: ijzersterke eigen composities, een enorm podiumzelfvertrouwen en geen spoor van de geijkte trucjes. Een naam om te onthouden.
![]()
De Oostenrijkse saxofonist Yvonne Moriel en haar project ::sweetlife, voliste Anaïs Drago’s en haar trio ReLeVé, de Braziliaanse bassist en zanger Michael Pipoquinha.
Breed karakter
Zaterdag sloot het festivalweekend af met een reeks die het brede karakter van Jazzahead nog eens bevestigde. Anaïs Drago’s project ReLeVé begon abstract maar groeide gestaag, de combinatie van viool en basklarinet vouwde zich open als iets wat eerst weerstond maar uiteindelijk meegaf in schoonheid. Daniel Karlsson zat achter zijn toetsen als een soort mad professor, werkend op zowel elektronisch als akoestisch materiaal met een intensiteit die alle aandacht opeiste.
Paneldiscussie
Tussen alle muzikale showcases werd in Hal 6 het programma gelardeerd met verschillende paneldiscussies. Waaronder een paneldiscussie over de positie van Europese musici op Europese jazzfestivals, ingeleid door Fleurine Verloop-Mehldau namens Voice for Jazz Musicians in Europe. Haar onderzoek toonde een onthutsend laag percentage Europese muzikanten op de grote festivalpodia, een bevinding die het panel overigens niet zonder meer deelde. De discussie die volgde was zelf ook een spiegel van het veld: vol goede wil, maar nog lang niet compleet uitgedacht.
![]()
Fleurine Verloop-Mehldau spreekt tijdens een paneldiscussie over Europese jazzfestivals (foto Jeroen Jansen), de Zweedse pianist Daniel Karlsson, en bassiste Louise Knobil van haar gelijknamige groep.
Louise Knobil
De dag, en daarmee het festival, werd afgesloten door Knobil. Louise Knobil is een in Lausanne gevestigde contrabassiste en zangeres die haar composities presenteert met basklarinettiste Chloé Marsigny en drummer Vincent Andreae, ergens tussen singer-songwriter, post-bop en wat ze zelf ‘glitter jazz’ noemt. Ze laat zich inspireren door Esperanza Spalding, Charles Mingus en Boris Vian, en haar teksten in het Frans gaan over polyamorie, slaaptekort en pestorecepten. Na twee EP’s bracht ze eind 2025 het live-album ‘Knobilive in Cully Jazz’ uit, opgenomen voor twaalfhonderd mensen onder de grote tent van het Cully Jazz Festival. In Bremen was ze maf en aanstekelijk tegelijk, een afsluiter die het publiek met een glimlach naar buiten stuurde.
Veerkracht
Dat Jazzahead in twintig jaar is uitgegroeid tot wat het nu is, heeft alles te maken met de bereidheid om het debat aan te gaan en het podium open te houden. De sfeer is professioneel maar informeel, met een nadruk op langdurige relaties in plaats van snelle deals, en dat merk je. De internationale jazzscene is hier elk jaar opnieuw in haar volle veerkracht aanwezig, en dat alleen al rechtvaardigt de reis naar Bremen.
Gezien: Aksel Rønning Trio, Trio l’Antidote, BITOI, Re: Calamari, Sol Lang Trio, Nabou, Jeremy Ledbetter Trio, Yvonne Moriel, Anaïs Drago’s ReLeVé, Knobil, paneldiscussie Europese jazzestivals.
© Jazzenzo 2010