I’m Not Done Cooking – Tome 1: Beauty and the Queen CD-RECENSIE Octet
I’m Not Done Cooking – Tome 1: Beauty and the Queen
bezetting: Lara Humbert, piano, composities, arrangementen; Amèle Metlini, viool; Lúcia Pires, fluit; Adrien Lambinet, trombone; Alejandra Borzyk, saxofoon; Matteo Mazù, elektrische bas; Raphaël Desmarets, elektrische gitaar; Gaspard Sicx, drums, vibrafoon
opgenomen: oktober 2024, Studio Grez, Brussel; tracks 7 & 8 juni 2025
uitgebracht: 27 maart 2026
label: Mokuhi Sonorities
aantal stukken: 8
tijdsduur: ca. 47 min.
website: larahumbert.com
door: Jeroen Jansen
Er zijn componisten die je een stuk aanbieden en componisten die je een wereld binnenloodsen. Lara Humbert behoort tot de tweede soort. De Franse pianiste en arrangeur groeide op met klassieke piano, maar ontdekte de jazz tijdens haar studie in Lyon. Later vervolgde Humbert die opleiding in Brussel, waar ze bleef hangen, niet verwonderlijk voor iemand wier inspiratie reikt van klassiek en vrije improvisatie tot pop, rock en componisten als Tim Berne, Mary Halvorson en Bill Frisell.
Via het Frans Nationaal Jeugdjazzorkest maakte Humbert kennis met Berne, een ontmoeting die haar compositieblik blijvend verbreedde. Met haar debuutalbum ‘Pinède’ liet ze zien wat haar onderscheidt: filmische klankbeelden die de luisteraar meteen in een bepaalde stemming dompelen. Voor haar tweede project als leider vergrootte ze bezetting en ambitie. I’m Not Done Cooking heet het octet, en de naam zegt genoeg.
Canadese wildernis
De eerste composities kwamen tot stand tijdens een artistieke retraite in de Canadese wildernis. Die afstand van het Brusselse clubcircuit heeft iets losgemaakt in haar schrijfproces. ‘Tome 1: Beauty and the Queen’, verschenen op het Belgische label Mokuhi Sonorities, klinkt als muziek die adem heeft gekregen. Humbert omringde zich met acht musici die elkaar goed kennen vanuit de levendige Brusselse scene, waar jazz slechts een van de vele verbindingslijnen vormt.
Opmerkelijk is hoe Humbert de interne verhoudingen heeft verdeeld. Niet de blazers nemen de hoofdrol op zich, zoals in menig conventioneel grootensemble, maar de violiste en de gitarist. Zij dragen de melodische kern; Humbert laveert er op piano behendig en zelfverzekerd omheen. Dat geeft het geheel een kamermuzikaal gewicht dat mooi schuurt tegen de omvang van de bezetting.
Geluidsgebaren
Het album opent met ‘Beauty Queen’. Natuurgeluiden, geritsel en tintelend pianogetokkel scheppen aanvankelijk een landelijk, rustgevend decor, totdat oprispingen van elektrische gitaar en fluit de richting wijzigen. Even verhardt de muziek, om snel weer terug te keren naar het vertrekpunt. ‘Crépuscule’ volgt als een opeenstapeling van onverwachte geluidsgebaren, er broeit duidelijk iets. ‘La Sombre Avancée’ en ‘Interlude’ laten de spanning verder oplopen.
Scharnierpunt
Dan is er ‘Dreamland’, het scharnierpunt van het album. Dit bijna tien minuten durende stuk bevat alles wat Humbert als componiste in huis heeft: contrasten die elkaar razendsnel afwisselen, een snuifje blues dat nergens geforceerd aanvoelt, en een energie die van rustig naar uitbundig en terug kan in enkele maten. De muziek is springerig en opgewekt, met een karakter dat herinneringen oproept aan de avontuurlijke muziek voor grotere gezelschappen die Don Ellis en Michael Gibbs in de jaren zeventig schreven, alsof je met het hele gezelschap een groot bos inloopt en niet weet wat er om de volgende bocht wacht. ‘La Fusée’ is vervolgens het meest toegankelijke stuk: funky lijnen die direct aanspreken, zonder dat de complexiteit verdwijnt. ‘Da Zone’ en afsluiter ‘Jouvenet’ tonen dat Humbert tempowissels en breekpunten kan inzetten zonder de sfeer te verbrijzelen.
De opname heeft iets opmerkelijk intiems. Het octet klinkt alsof het in de huiskamer staat, ook als de muziek alle kanten uitwaait. ‘Tome 1’ is een album dat niet bij eerste beluistering al zijn geheimen prijsgeeft. Dat is precies de reden om het te blijven draaien.
© Jazzenzo 2010