Gulli Gudmundsson Trio bezorgt kippenvel op bloedhete avond CONCERTRECENSIE. Gulli Gudmundsson Trio, Jazz in De Fruitvis, Rotterdam, 19 juni 2026 IJsland
beeld: Olga Beumer
door: Jeroen Jansen
Het was een bloedhete avond, het soort avond dat zwoel en drukkend begint en ergens in de loop van de uren overhelt naar donder en bliksem. Een avond die zich, achteraf bezien, naadloos liet vertalen naar de muziek van Gulli Gudmundsson: gespannen, dreigend mooi, en uiteindelijk verlossend. Een bijkomend voordeel: De Fruitvis beschikt sinds kort over een vleugel, en dat maakte verschil. Jeroen van Vliet gebruikte het hele instrument, van fluisterende hoge registers tot het binnenwerk van de piano zelf.
![]()
Contrabassist Gulli Gudmundsson met pianist Jeroen van Vliet en trompettist Koen Smits in de Rotterdamse Fruitvis.
Gudmundsson, geboren in 1971 in IJsland, verhuisde in 1993 naar Nederland om aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag te studeren. Hij groeide uit tot een van de beste bassisten in Nederland, speelde mee op meer dan veertig platen en bouwde naam op met Eric Vloeimans’ Gatecrash, de Yuri Honing Acoustic Quartet en het Wolfert Brederode Trio. Met pianist Jeroen van Vliet, die hij kent uit Gatecrash, vormt hij sinds 2019 een vast duo. Het trio kreeg in 2022 zijn definitieve vorm toen trompettist Koen Smits, bekend van Mudita, zich op het festival Make It Jazz in Tilburg aansloot.
Floð og Fjara
In De Fruitvis speelde het trio nagenoeg het volledige album ‘Floð og Fjara’ (Vloed en Eb), twee jaar geleden uitgebracht en doordrenkt van het liefdesverhaal van Gudmundssons overgrootouders.
Koen Smits blijft, onterecht, nog wat onder de radar. Hier liet hij zich volledig zien: lyrisch en vurig tegelijk, met een lichtzinnigheid die zich moeiteloos omsloeg in diep graven. In ‘Proximity’ zette hij een imposante solo neer met circular breathing, terwijl Gudmundsson met herhalende patronen een lange, geduldige opbouw construeerde en de elektronica smaakvol op de achtergrond bleef sluimeren.
![]()
Gulli Gudmundsson Trio speelde nagenoeg volledig het vorig jaar verschenen album ‘Floð og Fjara’.
Alles in beweging
‘Glima’, genoemd naar de IJslandse vechtsport die de Vikingen meebrachten, kreeg een lange, suggestieve intro van Gudmundsson, waarna Van Vliet zich met verbluffend pianospel via elektronica liet bewerken tot iets dat klonk als een trompet uit een onverwacht kastje, in directe strijd met Smits.
‘Philip’, genoemd naar Gudmundssons overgrootvader die verliefd werd op zijn latere overgrootmoeder, een IJslands meisje, bracht het lyrische spel van Van Vliet prachtig tot zijn recht. Hoogtepunt van het concert, kippenvel op een bloedhete avond.
In ‘Panta’, een compositie van Van Vliet, was alles in beweging: veel elektronica, Smits op trompet in de geest van Arve Henriksen, gestreken bas van Gudmundsson, percussieve uitbarstingen van Van Vliet in het binnenwerk van de piano, tot er plotseling een beeldschone melodielijn opdoemde en bas en piano in fraai samenspel verstrengelden. ‘Gloom’ bracht Smits cerebraal en mooi op trompet.
![]()
Het trio klonk hypnotisch in haar samenspel.
Borrelen en broeien
Door het hele concert heen gebeurde er voortdurend iets elektronisch op de achtergrond, vaak nauwelijks hoorbaar, waardoor de muziek bleef borrelen en broeien en uiteindelijk meer klonk dan de som van drie musici. In ‘Alcañiz’, het werk van de Spaanse componist Federico Moreno Torroba dat Gudmundsson tot zijn eigen idioom maakte, soleerde Smits opnieuw teder op flügelhorn.
Het titelstuk ‘Floð og Fjara’, Vloed en Eb, bracht het familieverhaal waarop een groot deel van het album leunt: dat van thuis en thuiskomen, het verhaal van zijn overgrootouders die elkaar in IJsland vonden, naar Hamburg vertrokken en uiteindelijk door oorlog en afstand uit elkaar werden gehouden. De muziek die daarbij klonk was hypnotisch in haar samenspel.
De avond sloot met ‘Fjarri’, Ver weg, krachtig en inspirerend, met Smits op flügelhorn en een sublieme solo van Gudmundsson. Buiten brak inmiddels het onweer los. Binnen had het trio het zelf al voorspeld.
© Jazzenzo 2010