Richard Andersson - Monk & More CD-RECENSIE Eigenwijs
Richard Andersson - Monk & More
bezetting: Richard Andersson bas, Rudi Mahall klarinetten, Artur Tuznik piano, Kasper Tom drums
opgenomen: Hobby Horse Studios, Kopenhagen, juli 2024
uitgebracht: 27 maart 2026
label: Hobby Horse Records
aantal stukken: 9
tijdsduur: 59’00
website: richardandersson.dk - hobbyhorserecords.bandcamp.com
door: Johan Bakker
De tegendraadse composities van Thelonious Monk (1917 - 1982) vervelen nooit. Aanvankelijk wierp de weerbarstige manier waarop Monk zijn soms complexe werk speelde de nodige drempels op voor de waardering ervan in brede kring. Het is opmerkelijk dat juist muziek die ooit zoveel weerstand opriep de tand des tijds zo goed heeft doorstaan.
Richard Andersson is niet de eerste die een eerbetoon brengt aan de veelkleurige componist en pianist. In het selecteren van de nummers voor dit project is de Deense bassist en bandleider al net zo eigenwijs als Monk: vier van de negen stukken zijn niet eens door Monk geschreven. Toch is de muzikale erfenis van de bebop-pionier voelbaar van de eerste tot de laatste minuut.
Een belangrijke rol in dit kwartet is weggelegd voor Rudi Mahall. De in Duitsland verblijvende (bas)klarinettist slaat zich met speels gemak door klassiekers als ‘Brilliant Corners’, ‘Trinkle Tinkle’ en ‘Pannonica’ heen. Bij het improviseren lijkt hij op geen enkele manier geïmponeerd te zijn door de lat die Monk zelf zo indrukwekkend hoog neerlegde. Ook de Poolse pianist Artur Tuznik drukt met ferme aanslag een duidelijk stempel op dit fraaie album.
Waardig eerbetoon
Drummer Kasper Tom reageert en anticipeert soepel op de soms plotselinge tempowisselingen die dit studioalbum een spontaniteit meegeven alsof het is opgenomen in aanwezigheid van publiek. Bandleider Andersson houdt met diepe bastonen de boel bij elkaar. Naast muziek van Monk zijn op ‘Monk & More’ stukken te horen van Lennie Tristano (‘317 East 32nd Street’), Ornette Coleman (‘The Blessing’), Lee Konitz (‘Subconscious-Lee’) en Jimmy Giuffre (‘Four Brothers’).
De frisse, soms humoristische aanpak van deze stukken gaat probleemloos samen met momenten van verstilling en ontroering. Dit met hoorbaar genoegen opgenomen album is een waardig eerbetoon geworden aan de ‘Genius of Modern Music’.
© Jazzenzo 2010