Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

János Ávéd, David Six & Tilo Weber – The Transcendent Triptych

CD-RECENSIE

János Ávéd, David Six & Tilo Weber – The Transcendent Triptych
bezetting: János Ávéd tenorsaxofoon; David Six piano, klavecimbel; Tilo Weber drums, percussie, vibrafoon
opgenomen: 8-10 januari 2025, BMC Studio, Boedapest
uitgebracht: 24 april 2026
label: BMC Records
aantal stukken: 10
tijdsduur: 54'42"
website: janosaved.com - bmcrecords.hu
door: Jeroen Jansen



Transcendentie is een woord dat je makkelijk als excuus kunt gebruiken. Iets dat je niet kunt uitleggen, noem je transcendent, en daarmee is de discussie gesloten. János Ávéd, David Six en Tilo Weber pakken het anders aan. Op 'The Transcendent Triptych' proberen ze juist grip te krijgen op wat zich buiten de grijpbare werkelijkheid bevindt, en dat doen ze niet met grote woorden, maar met een opvallend beheerste, kamermuzikale klank.

Driehoek
De Hongaarse saxofonist Ávéd, de Oostenrijkse pianist Six en de Duitse drummer en vibrafonist Weber vormen samen een driehoek zonder duidelijke leider. Six schreef 'Gólya', 'Lound' en 'Kleiner Trost', Weber tekent voor 'David's Dream' en 'Da fällt es ab von ihm', Ávéd levert met 'Pastel', 'Pastorale' en het afsluitende 'Transfiguration' de meest uitgesponnen stukken. De opener 'Minta', een gezamenlijk werk van Ávéd en Weber, zet meteen de toon: rustig, wachtend bijna, met een saxofoonlijn die zich niet opdringt maar geduldig ontvouwt.

Wat opvalt is hoe weinig haast dit trio heeft. Waar veel hedendaagse jazz zich profileert via virtuositeit en tempo, kiezen deze drie voor ruimte. Six grijpt op meerdere nummers terug naar het klavecimbel, een instrument dat je in deze context niet snel verwacht, en dat geeft stukken als 'Pastel' en 'Lound' een barokke, bijna Bach-achtige helderheid, alsof vroege muziek en avant-gardejazz elkaar de hand reiken. Weber wisselt drums moeiteloos af met vibrafoon, en juist die kleurwissel maakt 'Kleiner Trost' tot een van de intiemste momenten op de plaat, een klein, troostend gebaar zonder pathos.

Bindmiddel
Ávéds tenorsaxofoon blijft door alles heen het bindmiddel. Zijn toon is droog, weinig vibrato, en hij lijkt zich meer te richten op klankkleur dan op melodische bravoure. In 'Pastorale', met tien minuten het langste stuk van de plaat, bouwt hij samen met Six en Weber een structuur op die eerder ademt dan ontwikkelt, een langzaam veranderend landschap in plaats van een verhaal met climax.

Het titelstuk 'Transfiguration' vat de ambitie van de plaat treffend samen. Er klinkt hier vooral een zoektocht naar overgang, van geluid naar stilte en weer terug. Dat is minder zwaarwichtig dan het klinkt, want het trio blijft dicht bij de essentie: drie musici die luisteren voordat ze spelen.

Weinig contrast
Jammer is dat bij alle ingetogenheid tussen de stukken weinig contrast zit. Wie op zoek is naar scherpe hoeken of onverwachte wendingen, zal die op 'The Transcendent Triptych' niet snel vinden. Maar voor wie openstaat voor een luisterervaring die zich langzaam opbouwt, is dit een plaat die bij herhaald beluisteren alleen maar rijker wordt. Ávéd, Six en Weber bewijzen dat je grote vragen kunt stellen zonder ze meteen te willen beantwoorden.



© Jazzenzo 2010