Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Vrije expressie en abstracte improvisatie

JAZZ & BEELDENDE KUNST
door: Johan Bakker









De Duitse kunstenaar, schrijver en musicus A.R. Penck voor een van zijn werken.



Door de jaren heen hebben beeldend kunstenaars en jazzmusici elkaar gestimuleerd. In deze serie bekijken we enkele opvallende voorbeelden hiervan. Deze keer het werk van A.R. Penck.

Pseudoniem
A.R. Penck is een pseudoniem van de Duitse kunstenaar, schrijver en musicus Ralf Winkler (1939 – 2017). Als drummer en pianist vormde hij met bassist, gitarist en medekunstenaar Frank Wollny het freejazz ensemble TTT (Triple Trip Touch). In de jaren tachtig en negentig maakte het duo platen met onder meer violist Billy Bray, saxofonist Frank Lowe en zangeres Jean Lee. Kunstenaars als Markus Lüpertz sloten zich soms spontaan bij hen aan. 

  
Enkele album covers van Penck: 'Hinter der Wüste sterben die Gespenter' (1980), 'Die Rache der Erinnerung' (1984) en 'Konzert Im Amsterdam Live' (1989).

Gevoelsuitbarstingen
Penck verzorgde de albumcovers van de groep met kleurrijke, schaars beletterde schilderijen. De link tussen zijn beeldende kunst en zijn muziek legde hij er niet duimendik bovenop. De overeenkomsten waren vooral te vinden in de naar vrijheid hunkerende gevoelsuitbarstingen die zowel Pencks muziek als zijn manier van schilderen typeerde.

Om zijn werk te begrijpen is het verhelderend om te weten dat hij als kind het vernietigende bombardement van Dresden meemaakte. Na de oorlog groeide Penck op in het communistische Oost-Duitsland waar hij een opleiding volgde als leerling-tekenaar bij het DDR-reclamebureau DEWAG . 

  
De werken 'Jazzcombo' (1989), 'Musicians' (1988) en 'Kontrabass und Mini Synthesizer Harmonix' (1980).

Anticommunistische lading
Zijn eerste solo-expositie vond plaats in 1971 in Museum Haus Lange in Krefeld. Naarmate zijn werk politieker werd en een anticommunistische lading kreeg, trok hij de aandacht van de Oost-Duitse autoriteiten. Niet zelden werd zijn werk in beslag genomen door de Staatsveiligheidsdienst. De Stasi deinsde er niet voor terug om ’s nachts doeken uit zijn atelier te ontvreemden. Daarom probeerde hij zijn kunst naar het westen te smokkelen. Toen het werken hem onmogelijk werd gemaakt zag Penck geen andere mogelijkheid dan zelf ook te vluchten naar West-Berlijn.

Begin jaren tachtig sloot hij zich aan bij de roemruchte Duitse kunstenaarsgroep ‘Neuen Wilden’. Zijn neo-expressionistische stijl sloeg aan en zijn werk werd tentoongesteld in grote kunstmusea in Londen, Amsterdam, Parijs, New York, Keulen en Berlijn. In die periode kwam zijn carrière als jazzmuzikant eveneens op stoom. 

  
Expositieposter voor de Aschenbach Galerie in Amsterdam (1988), het werk 'Rückkehr zu System Mitte' (1996) en de album cover voor 'Gostritzer' (1992).

Herkenbare elementen
A.R. Penck was niet het enige pseudoniem waar Winkler zich van bediende. Andere namen die hij gebruikte waren Mike Hammer, Mickey Spillane, Y en Theodor Marx. 

Hoe vrij zijn manier van schilderen, tekenen of beeldhouwen ook was, herkenbare elementen ontbraken zelden. Op een vergelijkbare manier verwerkte hij in zijn muziek harmonische passages die na verloop van tijd hardhandig werden onderbroken door woedende muzikale erupties. Vrije expressie en abstracte improvisatie gingen hand in hand bij Penck, die zijn eigen werk betitelde als ‘standart’. In zijn beeldende kunst integreerde hij de symboliek van verkeersborden, letters, getallen en neo-primitieve verwijzingen naar de Afrikaanse kunsttraditie. Optredens met TTT liepen vaak uit op multidisciplinaire manifestaties met zang, dans, action painting en andere theatrale vormen.


© Jazzenzo 2010