Artikel geprint vanaf Jazzenzo.nl

Tyn Wybenga's Brainteaser Orchestra klinkt als één machtig instrument

CONCERTRECENSIE. Tyn Wybenga's Brainteaser Orchestra, LantarenVenster Rotterdam, 17 oktober '26
beeld: Eric van Nieuwland
door: Jeroen Jansen

Wie de jonge Nederlandse jazzscene de afgelopen jaren volgde, kon niet om Tyn Wybenga heen. Zijn Brainteaser Orchestra, tot 2024 nog AM.OK geheten, won met het debuut 'Brainteaser' de Deutscher Jazzpreis 2022 voor beste internationale debuutalbum en deelde op de vijftigste editie van North Sea Jazz het podium met Pat Metheny.

  
Tyn Wybenga's Brainteaser Orchestra speelde in LantarenVenster de laatste show uit de 'Tonepool Paradox'-tour.

Knippen
De werkwijze is inmiddels bekend. Wybenga laat zijn musici improviseren, knipt die opnames in honderden fragmenten en bouwt daar, als een hiphopproducent, nieuwe composities van. Die worden vervolgens weer live gespeeld en opnieuw bespeeld door dezelfde improvisatoren. Het tweede album 'Tonepool Paradox' kwam voort uit de compositieopdracht die het Bimhuis hem gaf voor zijn vijftigjarig bestaan, en verscheen in september bij Enja & Yellowbird, gemixt door Nic Hard, bekend van Snarky Puppy. In LantarenVenster speelde het orkest de laatste show van de releasetour.

De strijkerssectie wordt gevormd door drie leden van het North Sea String Quartet, Pablo Rodríguez, George Dumitriu en Yanna Pelser, aangevuld met cellist Joshua Herwig. Zij mochten 'When the Hurdles Fall' openen, waarna Kika Sprangers soleerde. Het geheel klonk zo strak dat het als visitekaartje fungeerde. Hier werd in een paar minuten getoond waartoe dit orkest in staat is.

  
'Teis' Insane Riff' is gebaseerd op een ontregelende riff van gitarist Teis Semey.

Stekende uithalen
'Teis' Insane Riff' doet wat de titel belooft. De riff van gitarist Teis Semey werkt heerlijk ontregelend, terwijl Jamie Peet het geheel bij elkaar houdt op een manier die aan Antonio Sanchez doet denken: volop drukte, nooit het overzicht kwijt. Semey stuiterde vervolgens tegen Dumitriu aan, waarna vibrafonist Aleksander Sever het stokje overnam.

Op de plaat is 'Basham Otis' rond de Berlijnse saxofonist Otis Sandsjö gebouwd. Vanavond was het de feature voor tenorsaxofonist Mete Erker, die er een soulvolle invulling aan gaf. Mooi was ook te horen hoe Alessandro Fongaro met zijn machtige basgeluid naast Peet als sterke roerganger fungeerde.

Fongaro mocht ook 'The Dichotomy between Intention and Action' inleiden, een hondsmoeilijk stuk dat alle kanten op schiet. De Spaanse violist Pablo Rodríguez soleerde er fraai overheen, maar eerlijk is eerlijk: de compositie is bijna net zo pretentieus als de titel. In de tweede helft werd het spel van de blazers beklemmend, met stekende uithalen die aan de muziek van Bernard Herrmann voor Hitchcocks 'Psycho' deden denken. Indrukwekkend, maar niet altijd even prettig om te ondergaan.

  
Met het titelstuk 'Tonepool Paradox' liet het orkest collectief zien waartoe het in staat is, met de blazers Kika Sprangers, Mete Erker, Nabou Claerhout en Federico Calcagno in de hoofdrol.

Ruimer
Daarna werd het ruimer. Op het album zingt Lizz Wright in 'Kun Li Maladhan'; live nam trombonist Nabou Claerhout die rol over, met een warme, zingende toon. Na een solo van Sever maakten hij, Peet en Fongaro zich los van het collectief en stegen als trio ineens op tot eenzame hoogte, een van de mooiste momenten van de avond.

Zonder pauze ging het stuk over in 'Yemecedef', een feature voor basklarinettist Federico Calcagno in duet met Herwig, gedragen door de elektrische piano van Wybenga zelf. De sfeer was zwevend en geduldig, met een onderhuidse spanning. Peet sloot af met een solo die nog maar eens aantoonde dat hij niet zonder reden tot beste jazzdrummer van de Benelux werd gekozen.

Methode van Wybenga
Het titelstuk 'Tonepool Paradox' liet het orkest nog één keer collectief zien waartoe het in staat is, met de blazers Kika Sprangers, Mete Erker, Nabou Claerhout en Federico Calcagno in de hoofdrol. Hier werd de methode van Wybenga het duidelijkst hoorbaar: korte, haast mechanische motieven die als tandwielen in elkaar grijpen, met daarboven strijkers die de hoekige blazerslijnen zachter maken.

Als toegift greep Wybenga terug op het debuutalbum. 'Triudium' groeide uit tot een grande finale die op het laatste moment verrassend timide uitdoofde. Dat paste eigenlijk wel bij een avond waarop hij liet horen dat hij zijn orkest niet alleen kan laten brullen, maar ook kan laten fluisteren. Of alles even geslaagd is, valt te betwisten; dat dit een van de spannendste grote ensembles van het land is, nauwelijks.


© Jazzenzo 2010