Bier, jazz en devotie smelten samen op Dinant Jazz Festival
FESTIVALRECENSIE. Dinant Jazz Festival, Leffe, België, 23 t/m 26 juli 2026
beeld: Hugo Lefèvre
door: Georges Tonla Briquet en Leentje Arnouts
De Abdij van Leffe in België gelooft nog steeds in de zaligmakende combinatie van bier, jazz en religieuze begrippen. Bovendien vergroot de congregatie jaarlijks tijdens het Dinant Jazz Festival. De uitzonderlijke locatie wordt dan omgetoverd tot een bedevaartsoord voor liefhebbers die in alle rust genieten van het aangeboden programma, inclusief een gospelmis op zondagochtend. Onder de speciale genodigden noteerden we onder meer Joe Lovano, Till Brönner, Julian Lage, Ivan Lins en Gonzalo Rubalcaba.
![]()
Tutu Puoane, Joe Lovano Paramount Quartet en Ivan Lins op Dinant Jazz Festival 2026.
Eigen profiel
Dinant Jazz behoudt na al die jaren een eigen profiel. Geen overtollige pauzemuziek of onnodige keuze tussen verschillende podia, een evenwichtig programma met Belgische en internationale artiesten, jamsessies in het typisch Belgische café Saint-Roch, een organisatie op mensenmaat en een zuiderse gemoedelijke sfeer in het bucolisch kader van het park Saint-Norbert.
Voor de vijfentwintigste editie voegden artistiek directeur Jean-Claude Laloux en zijn ploeg een vierde dag toe en organiseerden ze eveneens (ochtend)concerten in de citadel. Om praktische redenen lieten we deze aan ons voorbij gaan.
![]()
Het kwintet van trompettist Till Brönner met saxofonist Mark Wyand en drummer David Haynes. De Oekraïense zangeres Iryna Dubenko van Advantage Project.
Duits tintje
De affiche kreeg die avond een overwegend Duits tintje dankzij de medewerking van de Duitse ambassade. De peter van het festival, een andere traditie in Dinant, was dan ook niet toevallig trompettist Till Brönner. Hij sloot de eerste dag af met een gevarieerd carrièreoverzicht, inclusief achtergrondinfo over elk nummer. In de setlist noteerden we standards als ‘The Good Life’ en ‘Moon River’. Zijn overbekende gestileerde en fluwelen klank op trompet en bugel blijft het handelskenmerk bij uitstek. Aan de hand van Freddie Hubbard’s ‘Gibraltar’ bewees hij echter hoogst scherp uit de hoek te kunnen komen. Sterkste moment was de versie van Santana’s ‘Europa’ en dat zonder gitaar! Klasse dankzij een toparrangement. De set werd afgesloten met enkele nummers uit zijn recente Italiaans getinte opname ‘Italia’ waarbij hij tevens zong. De Chet Baker-stempel was onmiskenbaar. Een verrassend einde volgde door een uiterst intense uitvoering van het gedoodverfde ‘Volare’. Een optreden van een artiest met twee persoonlijkheden.
![]()
Advantage Project. Het trio van pianiste Clara Haberkamp met Grégoire Maret op mondharmonica.
Oekraïene
Voordien mocht de winnaar van het Concours Jeunes Talents 2025 openen. Het Oekraïens Advantage Project is een kwartet rond zangeres Iryna Dubenko die in de leer ging bij David Linx. Dezelfde maniërismen in zangstijl gecombineerd met heel wat scatting. Haar drie begeleiders kenden tot in de puntjes ‘the art of the trio’. Het gaf uiteindelijk zin om benieuwd te zijn naar de nieuwe opname die in het najaar verschijnt.
Clara Haberkamp
Het publiek had ook nog recht op de Duitse pianiste Clara Haberkamp met haar trio. Zij presenteerden een eclectisch programma dat laveerde tussen kamerjazz, Ierse folk, singer-songwriterspop en old school swing en bop. Van Bach ging het zo naar ‘Danny Boy’ en verder naar Stephen Bishop, van wie ze ‘Never Letting Go’ koos, om te eindigen met een versie van Nina Simone’s ‘Wild Is The Wind’. Ergens tussen Nora Jones en Joni Mitchell met extra jazzaccenten maar onduidelijk waar ze finaal naar toe wil.
![]()
Laurent Doumont Sextet met trompettist Olivier Bodson. Tutu Puoane.
Ode aan de souljazz
Saxofonist Laurent Doumont bracht eerder dit jaar ‘Meanwhile’ uit, zijn ode aan de souljazz uit de bloeiperiode van Blue Note, inclusief het hoesontwerp. Het haast volledige album werd hier hernomen. Concreet betekende dit een aaneenschakeling van classic jazz, composities verwant aan een soundtrack voor een film noir, de nodige rockinvloeden dankzij gitarist Lorenzo Di Maio en stekelige souljazz. De ritmesectie van drummer Lionel Beuvens en contrabassist Sam Gerstmans hield alles fors onder controle. Een kruidige gumbo van muziekjes met referenties naar het werk van Bernard Purdie en John Scofield en zo het ideale visitekaartje vormde voor een tournee langs de betere clubs.
Tutu Puoane
Met de twee recente albums, ‘Wrapped In Rhythm, Vol. I & II’, bracht Tutu Puoane een eerbetoon aan de poëzie van landgenoot Lebo Mashile met respectievelijk een sextet en het Metropole Orkest. In Dinant beperkte ze de begeleidingsgroep tot pianist Ewout Pierreux, gitarist Tim Finoulst, bassist Clemens van der Feen en drummer Dré Pallemaerts. Het engagement van de Zuid-Afrikaanse zangeres, die na een opleiding in Nederland inmiddels al meer dan twee decennia in het Antwerpse woont, is gekleurd met de achtergrond van haar origine. Sterke troef is een krachtige stem die zowat alle verbuigingen aankan. Ze kreeg dan ook moeiteloos de hele tent muisstil met teksten die nochtans de nodige aandacht vereisten. De muzikale omkadering van haar begeleiders was daarbij wel van essentieel belang en bijzonder doeltreffend tot in de details. Beste voorbeeld was ‘Open Your Eyes’ dat van donkere blues evolueerde naar een stevige portie poprock. Een concert als een statement zonder te vervallen in excessen. Respect.
![]()
Tutu Puoane met in haar band onder meer Clemens van der Feen en Dré Pallemaerts. Pianist Gonzalo Rubalcaba met onder meer Chris Potter en trompettist Till Brönner.
Gonzalo Rubalcaba
De Cubaanse pianist Gonzalo Rubalcaba zakte af naar Dinant in gezelschap van niemand minder dan saxofonist Chris Potter, bassist Larry Grenadier en drummer Eric Harland. Hun indrukwekkend visitekaartje uit 2025, ‘First Meeting: Live at Dizzy’s Club’, opende meteen vele deuren. Ze toeren hiermee momenteel doorheen Europa. We hoorden en zagen vier topmuzikanten die elkaar afwisselend ruimte gaven. Uiteindelijk was het toch een aaneenrijgen van bikkelharde solo’s correct afgelijnd en getimed. Vooral Potter mocht herhaaldelijk naar voor komen. Pure testosteron. Rubalcabo liet op zijn beurt de handen tegen TGV-snelheid over het toetsenbord glijden. Het snarenspel van Grenadier ging dankzij de heldere klank door merg en been. Problematisch was helaas het blikken geluid van Harland. Eindigen deden ze met Dizzy Gillespie’s ‘Con Alma’ waarbij Till Brönner het kwartet vervoegde en zeker niet in de schaduw moest staan van de anderen. Hij verraste opnieuw.
![]()
Gonzalo Rubalcaba Quartet. Pianist Maël Idris Mercier trad op met blazers Chris Cheek, Josh Schofield en Stéphane Mercier.
Raakpunten
Drie jaar geleden won pianist Maël Idris Mercier het Concours Jeunes Talents met het Mathys/Idris Quartet. Inmiddels evolueerde hij verder met diverse bezettingen en toerde hij recent nog in China. Deze keer trad hij op met altsaxofonist Josh Schofield, contrabassist Paddy Fitzgerald, drummer Genius Lee Wesley en speciaal genodigde tenorsaxofonist Chris Cheek. Het kwintet bracht een evenwichtige set voor een breed publiek, licht golvend zij het met enkele uitgesproken kanttekeningen. Ze zochten en vonden raakpunten tussen Bach, Herbie Hancock en de eigen composities van Idris.
![]()
Ivan Lins op het podium met drummer Will Calhoun, Till Brönner en Gregoire Maret.
Levende legende
Het was uitkijken naar het concert van levende legende Ivan Lins. De man werd net eenentachtig maar straalt nog steeds een jeugdig enthousiasme uit. Rechtstaand achter een Yamaha Motif XF8 en uitgedost in wit vrijetijdspak, doorbladerde hij, net als Brönner, zijn rijkelijk oeuvre. De trompettist was trouwens samen met Grégoire Maret te gast, waardoor het allemaal net wat spannender werd. Want dit was wel degelijk een set boordevol Braziliaanse Lins-fusion regelrecht uit de jaren tachtig gekenmerkt door de typische synthesizerklank. Toch was er ook een omweg langs de “xote”, een ritmepatroon ontstaan toen Schotse immigranten indertijd in het noord oosten van Brazilië strandden. Onvermijdelijk waren de links met Toots Thielemans en Quincy Jones, hier via ‘Velas’ dat het trio opnam in 1982. Onder de andere titels noteerden we ‘Meu País’, ‘Começar De Novo’ en ‘Beyond The Storm’, telkens ingeleid met de ontstaansgeschiedenis. Een overenthousiast publiek zong gretig het refreintje mee van ‘Lua Soberara’, “Ayá, kariá, ylê, ylê, ylá / Ayára, kariá, eyá”. Afsluiten deed hij met zijn meest gecoverde song, ‘Love Dance’. Het patina van de stem is hoorbaar verschenen maar de onderliggende authenticiteit bleef. De fans waren tevreden.
![]()
Joe Lovano met in zijn Paramount Quartet bassist Santi Debriano en gitarist Julian Lage.
Joe Lovano
Joe Lovano, al jaren trouwe gast in Dinant, sloot het festival af met zijn Paramount Quartet waarin gitarist Julian Lage, contrabassist Santi Debriano en drummer Will Calhoun zitten. Dit was de enige groep in Dinant zonder pianist. Hun optreden stond in het teken van het recente titelloze album. Meteen het hoogtepunt van een driedaagse zonder verdere verrassingen. Alhoewel ook zij een typisch scenario van groepstactiek en solopassages volgden, behoorde dit wel tot een heel ander niveau dan al wat we voordien meemaakten. Musculatuur, zeker van drummer Calhoun, maakte deel uit van het concept maar de subtiliteit van elkeen overheerste. Zelfs toen het leek of ze alle vier onder hoogspanning stonden, musiceerden ze fijnzinnig en gesofisticeerd. Als illustratie bij uitstek hiervan noteerden we de satijnen versie van Wayne Shorter’s ‘Lady Day’. ‘The Call’ was het moment waarbij net wat meer experiment ingelast werd. Ze stuurden de tevreden festivalgangers de nacht in met een ode aan Sonny Rollins. Zo werd het dan toch nog allemaal interessant voor exquisiete fijnproevers van jazz.
