Afrika Festival Hertme laveert tussen diepe woestijnklanken en tijdloze rumba
FESTIVALRECENSIE. Afrika Festival Hertme, Openluchttheater Hertme, 5 juli 2026
beeld: Eric van Nieuwland
door: Jeroen Jansen
Het begon in 1989 met een toevallige ontmoeting tussen de regio Twente en een dansgroep uit Burkina Faso, en 37 edities later is die ontmoeting uitgegroeid tot een van de meest koersvaste festivals van het land. Wie voor het eerst de poort van het Openluchttheater in Hertme binnenloopt, een houten amfitheater verscholen tussen de bomen op een boerenerf bij Tubbergen, begrijpt binnen vijf minuten waarom dit festival al bijna vier decennia bestaat zonder ooit modieus te hoeven zijn. Er is geen VIP-gedeelte, er is geen kunstmatige hype, er is alleen een publiek dat al jaren terugkomt en een programmering die zich niets aantrekt van trends. Precies dat maakt Hertme bijzonder: het is een festival dat zijn eigen smaak volgt, en die smaak blijkt verrassend goed.
![]()
Baaba Maal, Nina Ogot en Cheikh Lô op het Afrika Festival in het Twentse Hertme.
Cheikh Lô
Neem het optreden van Cheikh Lô op het hoofdpodium. De Senegalese mysticus, gehuld in de kenmerkende outfit van de Baye Fall broederschap, vierde dit jaar zijn vijftigste jaar op het podium en bracht met 'Maame' zijn eerste album in een decennium. Wat op de plaat al opviel, het samenspel tussen Lô eigen gitaarwerk en dat van gitarist Jacob Gbedinhessi, kreeg live een extra laag venijn. Gbedinhessi speelt bluesy, met een zangerige, ietwat verweesde toon die evenveel schatplichtig is aan de Congolese rumba als aan de mbalax, en precies die wrijving tussen twee muzikale werelden gaf de set zijn drive. Het is een aardig detail dat een artiest van dit kaliber tegenwoordig langs zulke steden reist: de tournee van Cheikh Lô loopt inmiddels via Parijs, Londen, Brussel, Praag en, jawel, Hertme. Grotere artiesten gaan tegenwoordig gewoon naar Twente, en het publiek hoeft er niet eens een boarding pass voor te pakken.
Baaba Maal
Baaba Maal, als slotstuk van de dag, bevestigde waarom hij al decennia tot de absolute top van de West-Afrikaanse muziek wordt gerekend. Zijn stem, ooit door Michael Stipe omschreven als een stroom van parels en leeuweriken, verloor niets van haar kracht, en de band eromheen was van een indrukwekkende souplesse. Opvallend was bassiste Mahk Koudia Keita in zijn gezelschap, wier stuwende, bijna dansende baslijnen het fundament vormden waarop de rest van de band kon bouwen: een verschijning die in de wereld van Afrikaanse begeleidingsbands, waar de bas doorgaans een mannenzaak is, meteen de aandacht trok. In Senegal, waar vrouwelijke instrumentalisten nog altijd schaars zijn, is zij een van de weinigen die zich op dit niveau heeft weten te bewijzen. Samen met Lô vormde Maal het hoogtepunt van de dag: twee bands vol power, weldadig van klank en zonder een moment verslapping.
![]()
Balla Diabaté, de Keniaanse singer-songwrite Nina Ogot, en Trio Da Kali met zangeres Hawa Kassé Mady Diabaté.
Nina Ogot
Tussen die twee zwaargewichten door speelde Nina Ogot, de Keniaanse singer-songwriter die haar Luo-wortels vermengt met Afro-fusion. Charismatisch is ze zeker, met een presentatie die moeiteloos oogcontact zoekt met de laatste rij, maar in de schaduw van de dynastieën die deze dag verder domineerden voelde haar set toch als een relatief lichtgewicht intermezzo. Haar akoestische, ingetogen aanpak paste beter bij de kleinschaligheid van het Spookhoes, het kleine, intieme podium van het festival, waar ze later op de middag nog eens optrad, dan bij het hoofdpodium tussen de griot-zwaargewichten.
Trio Da Kali
Want zwaargewichten waren het, in de letterlijke en figuurlijke zin van het woord familie. Balla Diabaté opende, zoon van de legendarische kora-grootmeester Toumani Diabaté en broer van Sidiki Diabaté, met een set die de klassieke Mandé-traditie eerbiedigde zonder er een museumstuk van te maken. Daarna trad Trio Da Kali aan, met zangeres Hawa Kassé Mady Diabaté als middelpunt. Haar vader Kassé Mady Diabaté gold als een van de grote, zij het minder bekende, zangers van Mali, en haar oom is niemand minder dan de eerder die dag optredende Balla. Dat is geen toeval: in de Mandé-cultuur bepaalt de familienaam vrijwel letterlijk wie er griot, jeli, wordt en wie niet. Wie Keita heet, hoort bij de adel en hoort zich eigenlijk niet met muziek in te laten. Wie Diabaté heet, is geboren binnen de kaste van de troubadours. Dat verklaart ook waarom er tijdens het festival, in de coulissen van het Spookhoes, spontaan een eenmalige jamsessie ontstond tussen leden van beide gezelschappen: families die elkaar toevallig tegenkomen, spelen even samen en gaan dan weer huns weegs, als kringen die af en toe overlappen.
![]()
Iteka Drummers uit Rwanda. Baaba Maal met bassiste Mahk Koudia Keita.
Participatiemuziek
Diezelfde traditie liet zich in Hertme trouwens ook zien in haar vermogen om zich te verbinden met andere muzikale werelds. Trio Da Kali werd internationaal pas echt bekend door de samenwerking met het Kronos Quartet, die in 2017 resulteerde in het bejubelde album 'Ladilikan', en het was tijdens deze editie duidelijk hoezeer improviserende jazzmuzikanten en Mandé-griots elkaar inmiddels moeiteloos verstaan. Er schuilt in die participatiemuziek iets fundamenteel anders dan in de westerse concertcultuur: het is, om een onderscheid te gebruiken dat treffend werd gemaakt in gesprekken op het festivalterrein, muziek die je samen doet in plaats van muziek die voor een publiek wordt opgevoerd.
Iteka Drummers
Diezelfde participatiegedachte klonk door in de energieke brassband Assia Brass Benin, die de traditie van New Orleans versmelt met Beninese ritmes, en vooral in de spectaculaire Iteka Drummers, een ensemble gevestigd in Rwanda dat zich toelegt op het behoud van de Burundese drumtraditie. Met drums van wel vijftig kilo op hun hoofd voerden ze al dansend perfect gesynchroniseerde choreografieën uit, een even fysieke als muzikale krachttoer die het publiek naar het terrein trok tussen de sets op het hoofdpodium door.
Gemoedelijke sfeer
Wat dit alles verbindt, is een programmering die al 37 jaar haar eigen koers vaart. Geen concessies aan de waan van de dag, wel een feilloos gevoel voor kwaliteit, van de diepe woestijnklanken van gisteren tot de tijdloze rumba van vandaag. Het geluid stond, zoals altijd in Hertme, onberispelijk, het publiek was er weer massaal en trouw, en de sfeer bleef de hele dag door verrassend gemoedelijk. Kom daar nog maar eens om bij grote festivals.
