Djavan vermomt complexe jazz als een warm Braziliaans volksfeest
CONCERTRECENSIE. Djavan, TivoliVredenburg, Utrecht, 27 september 2026
beeld: Ron Beenen
door: Jeroen Jansen
Wie de muziek van Djavan uitsluitend onder de noemer Braziliaanse pop schaart, doet de inmiddels 77-jarige zanger, gitarist en componist behoorlijk tekort. Natuurlijk zijn er de onweerstaanbare melodieën, samba, funk en Braziliaanse ritmes, maar onder die toegankelijke bovenlaag bevindt zich een harmonische wereld die nadrukkelijk naar de jazz lonkt. In een stampvolle Grote Zaal van TivoliVredenburg liet Djavan horen hoe rijk die wereld na een carrière van ruim vijftig jaar nog altijd is.
![]()
Een enorm Braziliaans contingent zong vanaf de eerste nummers van Djavan de longen uit het lijf.
Duizenden stemmen
Het Utrechtse publiek hoefde nauwelijks te worden aangespoord. Een enorm Braziliaans contingent zong vanaf de eerste nummers de longen uit het lijf. Niet alleen de bekende refreinen: soms leek de halve zaal ieder woord te kennen. Het zorgde voor een bijzondere wisselwerking. Djavan hoefde een frase maar in te zetten of duizenden stemmen namen hem over.
Dat enthousiasme zou bijna doen vergeten hoe geraffineerd zijn muziek in elkaar zit. Djavans composities bewegen voortdurend tussen Música Popular Brasileira (MPB), samba, funk, soul en jazz. Akkoorden krijgen onverwachte toevoegingen, melodieën nemen omwegen en ritmische accenten verschuiven. Toch klinkt het zelden bedacht of ingewikkeld. Misschien is dat wel zijn grote kracht: complexe muziek laten klinken alsof zij volkomen vanzelfsprekend is.
Al vroeg op de avond werd dat duidelijk in ‘Cigano’. Een imposante bugelsolo tilde het nummer naar een ander niveau, waarna Djavan zelf liet horen dat ook de taal van de jazz hem vertrouwd is. Met opvallend behendig scatwerk maakte hij zijn stem los van de tekst en gebruikte die als een volwaardig instrument. Het was geen vrijblijvend uitstapje, maar paste organisch in het arrangement.
![]()
Marcelo Martins speelde tenorsaxofoon en fluit, Jessé Sadoc schitterde op trompet en bugel.
Harmonische taal
Djavan kan daarvoor beschikken over een uitzonderlijke band. Een centrale figuur is pianist en toetsenist Paulo Calasans, die al decennialang met hem samenwerkt en zijn harmonische taal door en door kent. Samen met Renato Fonseca zorgt hij voor een breed maar transparant klankbeeld. Marcelo Mariano op bas en Felipe Alves op drums leggen een ritmisch fundament dat voortdurend beweegt, terwijl gitarist Torcuato Mariano subtiel tussen begeleiding en accent laveert. Met Jessé Sadoc, Rafael Rocha en saxofonist/fluitist Marcelo Martins beschikt Djavan bovendien over een formidabele blazerssectie.
Martins kreeg een bijzonder moment in ‘Quase de Manhã’. Djavan vertelde hoe de in 2024 overleden Amerikaanse saxofonist David Sanborn meespeelde op de oorspronkelijke opname uit 1986. Het nummer werd in Utrecht een eerbetoon aan Sanborn, waarbij Martins diens rol overnam. Een mooi voorbeeld van de vanzelfsprekende verbinding die er in Djavans muziek altijd is geweest met Amerikaanse jazz en fusion.
Jazzhart
Het jazzhart van het concert klopte misschien nog het krachtigst tijdens ‘Seduzir’. Hier veranderde de Grote Zaal voor even in een jazzfeest. Weldadige blazerspartijen, harmonische verschuivingen en een avontuurlijk arrangement gaven de musici alle ruimte zonder dat het nummer zijn identiteit verloor. Het wonderlijke was de reactie van het publiek. Waar dergelijke muzikale complexiteit een grote zaal ook op afstand kan zetten, gebeurde hier precies het tegenovergestelde. De Brazilianen omarmden iedere wending en gingen volledig mee in een arrangement dat bepaald niet voor de gemakkelijkste weg koos.
![]()
Voor duizenden Brazilianen was het meer dan een nostalgische viering van vijftig jaar Djavan.
Klinkers en klankkleuren
Ook in ‘Oceano’, ‘Meu Bem Querer’, ‘Pétala’ en ‘Samurai’ bleven de beroemde melodieën fier overeind terwijl daaronder voortdurend kleine verschuivingen plaatsvonden. Bij ‘Samurai’ is de historische jazzconnectie bovendien evident: op de oorspronkelijke opname speelde Stevie Wonder de karakteristieke mondharmonicapartij.
En dan is er die stem. Op 77-jarige leeftijd bezit Djavan nog altijd dat volstrekt eigen gevoel voor timing, frasering, klinkers en klankkleuren. Juist wanneer hij de woorden loslaat en improviseert, wordt duidelijk hoe instrumentaal hij denkt. De klassiekers werden ondertussen onthaald alsof het Braziliaanse volksliederen waren. ‘Eu Te Devoro’, ‘Azul’, ‘Açaí’, ‘Flor de Lis’, ‘Lilás’ en ‘Um Amor Puro’ veranderden de Grote Zaal regelmatig in één massaal koor.
Cultureel geheugen
Zo werd deze avond meer dan een nostalgische viering van vijftig jaar Djavan. Voor duizenden Brazilianen was het een feest van herkenning en cultureel geheugen, maar onder dat feestgedruis speelde zich muzikaal iets veel verfijnders af. Daar zaten de akkoorden, de ritmische verschuivingen, de improvisaties en het voortdurende samenspel van musici die deze muziek van binnenuit kennen.
Misschien schuilt daarin na vijftig jaar nog altijd Djavans grootste kunst: hij schrijft muziek die duizenden mensen uit volle borst kunnen meezingen, terwijl een jazzliefhebber tegelijkertijd zijn oren tekortkomt.