‘Het Dutch Songbook is zeker ook de moeite waard’
INTERVIEW
door: Johan Bakker
Esther Van Hees bracht in september het album 'Nazomer' uit met bewerkingen van Nederlandse liedjes. Foto © Yvette Dolleman
Esther Van Hees benadrukt de waarde van de Nederlandstalige liedcultuur: ‘Uit gewoonte grijpen we vaker naar het American Songbook dan naar onze eigen canon.’ Na het maken van een album met bekende liedjes riep ze voor het vervolg de hulp in van de parelduiker van de Nederlandse muziekarchieven Frank Jochemsen. Van Hees maakte een selectie, blies het stof van twaalf prachtige, soms ten onrechte vergeten liedjes en laat ze opnieuw glanzen op Nazomer. Een gesprek met een bevlogen zangeres.
Pianist Bert van den Brink speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van Nazomer. Hoe is jullie samenwerking begonnen?
‘Vanuit Vlaanderen kwam ik naar Nederland om te studeren aan het conservatorium van Tilburg. Utrechtse vrienden van me speelden in een ensemble onder leiding van hun docent Bert van den Brink. Ik heb destijds ook enkele lessen bij hem gevolgd. Meer dan tien jaar later belde ik hem om te vragen of hij mee wilde werken aan deze plaat. Hij herkende mijn stem al voordat ik me zelf had geïntroduceerd.’
Wat maakt Bert van den Brink als pianist zo geschikt voor dit project?
‘Bert kent deze muziek als geen ander. Hij heeft Willem Nijholt, van wie we ‘Het lachen’ doen, nog begeleid. Zelfs als je Bert een onbekend stuk laat horen, kan hij het meteen naspelen.’
Welke rol speelde archivaris Frank Jochemsen bij het maken van dit album?
‘Ik heb eerder een plaat gemaakt met bekende Nederlandstalige liedjes van onder meer Ramses Shaffy, Raymond van ‘t Groenewoud en Clouseau. Deze keer wilde ik wat dieper gaan. Ik wilde mijn betrokken luisteraars verrassen met songs die ze wellicht niet eerder hadden gehoord. Daarvoor riep ik de hulp in van kleinkunstkenner Frank Jochemsen. Hij heeft inmiddels naam gemaakt als herontdekker van vele ‘vergeten’ muziekuitvoeringen.’![]()
'Als ik zing, probeer ik niet over de grens heen te gaan van waar ik zelf ontroerd raak'. Foto © Yvette Dolleman.
Het lied ‘Onze kerk wordt afgebroken’ is een van de hoogtepunten op Nazomer. Gerard Cox zong deze tekst van Michel van der Plas begin jaren zeventig op de Nederlandse televisie. Daarbij werd hij sober maar effectief begeleid door Rogier van Otterloo op de piano. Wat mooi dat je dit door velen vergeten lied weer nieuw leven inblaast!
‘De versie van Gerard Cox, aanvankelijk op de melodie van ‘Les poètes’ van Jean Ferrat, is destijds herschreven door Joop Stokkermans. In al zijn eenvoud roept het lied veel emotie op. De eerste keren kon ik er niet met droge ogen naar luisteren. Als ik het zing, probeer ik niet over de grens heen te gaan van waar ik zelf ontroerd raak, dat laat ik liever over aan de luisteraar. De tekst beschrijft ‘de plek van mijn vader, die hier zijn kinderen liet dopen.’ Het lied doet me denken aan het jaren-zeventig kerkje in Mol, waar ik destijds communie deed.’
Nederlanders zijn niet zo goed in het tonen van emoties. Merk je dat als je je bezighoudt met het Nederlandse muzikale erfgoed?
‘In mijn beginjaren las ik wel eens terug dat een recensent me ‘te dramatisch’ vond. Terwijl het publiek in België die dramatiek veel gemakkelijker accepteert van een zangeres. Wat ik sterk vind aan Nederlandse liedteksten is dat de gewone dingen uit het dagelijks leven een emotionele lading krijgen. Kees van Kooten schreef de tekst van ‘De Noorderzon scheen’. Daarin komt een scène voor van een man die zijn veilige gezinsleven achter zich laat en onderweg naar Schiphol ineens het wollen wantje van zijn zoontje in zijn jaszak voelt. Als tekstschrijver benoemt hij slechts de gebeurtenissen, de snelkookpan op het gas, de placemats op de tafel, maar hij weet je daarmee diep te raken. Dat beschouw ik echt als next level.’ ![]()
Esther Van Hees presenteerde haar album in Theater Beeld en Geluid in Hilversum. Foto © Johan Bakker.
Een jaar geleden was je betrokken bij een project van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Dat was ook al het resultaat van nijver speurwerk.
In 1965 nam Rita Reys een plaat op met een big band onder leiding van Oliver Nelson. Hoewel de zangeres niet zo tevreden was over de opnames werd het één van haar populairste albums. Zelf vind ik het ook schitterend. De partituren van slechts vier stukken bleven bewaard, maar het Nederlands Jazz archief vond de arrangementen terug die Rogier van Otterloo had gemaakt van zes andere nummers van die plaat. Zo konden we met de techniek van nu die fantastische Oliver Nelson-composities opnieuw opnemen met het JOC. Ik vond het fijn en eervol om samen te werken met de zangeressen Fay Claassen en Anna Serierse voor dit album, dat we mochten presenteren op North Sea Jazz.
Vereist het zingen van jazzrepertoire een andere aanpak dan het uitvoeren van luisterliedjes?
‘Volgens mij is er geen groot verschil tussen deze twee genres. Veel jazzstandards zijn afgeleid van songs uit Amerikaanse musicals en in Nederland hebben we ook een uitstekende musical- en kleinkunsttraditie. De Amerikaanse standards hebben zich door de jaren heen tot een collectieve, internationale taal van jazzmuzikanten ontwikkelt. Het zou leuk zijn als we bij een jamsessie ook eens konden roepen: ‘Laten we: ‘Niemand dan wij’ doen of ‘Als je overmorgen oud bent’. Maar de enige die die nummers spontaan kan spelen is vermoedelijk Bert van den Brink.’![]()
De albumhoes van Nazomer.
Dan nog blijft het de vraag waarom we die mooie liedjes niet wat vaker horen.’
‘Een van de redenen is dat de partituren in veel gevallen zijn verdwenen. Het werken met dit materiaal kost daarom meer moeite. Af en toe gebeurt het wel. Fay Claassen heeft een Nederlandstalig album gemaakt (Dutch Songbook, 2015) en het Metropole Orkest bracht liedjes van Wim Sonneveld in Tour De Chant (2024). Het Dutch Songbook is een schatkist die gevuld is met geweldige muziek van componisten als Ruud Bos en tekstschrijvers als Friso Wiegersma. Die mag ook wel eens geopend worden.’
Hoe zijn de nieuwe arrangementen van de liedjes tot stand gekomen?
‘Ik had slechts budget voor één repetitie. Drummer Marcel Serierse vroeg me wat voor ‘feel’ ik graag wilde hebben. Ik zei: ‘Denk aan de easy listening van Donald Fagens Night Fly’. Toen wist hij genoeg. Jeroen Vierdag kreeg de muzikale leiding, hij maakte de band-arrangementen en deed de productie. Hij filterde onze gezamenlijke ideeën. Het leuke was dat alle muzikanten zich zo betrokken voelden bij het project dat ze in hun eigen tijd hebben doorgewerkt. Net zolang tot het goed was. Tim Langedijk heeft achteraf nog verschillende gitaarlagen toegevoegd. Voor de stukken die Bert van den Brink speelt, lag het eenvoudiger: tijdens het begeleiden gaf hij daar gewoon zijn eigen draai aan. Hij arrangeert ter plekke.’![]()
‘Zingen is een noodzaak voor me, het heeft mijn leven gered'.
Foto © Yvette Dolleman.
Ben je je eigen manager?
‘Zeker. Ik ben degene die in de studio staat te zingen, maar ik zorg ook dat er broodjes en fruit zijn in de pauze. Ik regel de administratie en de subsidie, zorg dat er vinyl wordt besteld en dat er releaseshows zijn en een fotoshoot voor de albumcover. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan maar dat hoort bij het vak en ik hou er enorm van. Daarnaast krijg ik veel hulp van mijn label Télès Music en Thijs Siebert van Pias. Ook de mensen van George Visser Productions werken hard om ‘Nazomer’ in het seizoen 27/28 naar de theaters te brengen. En Jeroen Vierdag en mixer / masteraar Udo Pannenkeet hebben echt overuren gedraaid voor deze plaat.’
Je drang om muziek te maken moet wel groot zijn.
‘Zingen is een noodzaak voor me, het heeft mijn leven gered. Dit doe je niet om er rijk van te worden. Een project van deze schaal kun je alleen waarmaken dankzij subsidie, in dit geval van de stichting podiumkunst.net.’
Deze zomer heb je enkele Chet Baker-tributes gedaan op het plein voor Hotel Prins Hendrik, waar de trompettist en zanger in 1988 verongelukte. Hoe is dat idee ontstaan?
‘Telkens als ik langs dat hotel loop, kijk ik even naar de plaquette op de muur. Toen ik daar een keer koffie dronk, raakte in gesprek met de managers Erik en Karel. Ik vertelde hen over mijn liefde voor de muziek van Chet Baker en ze vroegen of ik op die plek jazznummers in de stijl van Baker wilde zingen. Dit eerbetoon doe ik samen met pianist Jochem Braat. Het gaat ons om de essentie van Chet Baker, de aantrekkingskracht van zijn stem en zijn inleving in de muziek die hij uitvoerde.’ ![]()
'Ik zie mezelf vooral als uitvoerend zangeres'.
Foto © Jan Geelen,
In een recensie werd je vergeleken met Eva Cassidy.
‘Daar was ik heel blij mee. Eva Cassidy heeft me behoorlijk beïnvloed. Op mijn veertiende kreeg ik van mijn zanglerares een memorystick met muziek van Eva ter inspiratie. Daar heb ik eindeloos veel naar geluisterd.’
Mede door je affiniteit met jazz en je uiteenlopende repertoirekeuze doet je stem ook denken aan die van Rita Hovink, van wie je het lied ‘Ik zou alles willen geven’ hebt opgenomen.
‘Ik voel een verbinding met haar, hoewel ze al lang geleden veel te vroeg is overleden. Ze laat horen dat het niet uitmaakt of je jazz, kleinkunst of het levenslied zingt. Ze raakt me door haar tekstinterpretatie of door een verrassende melodielijn. Alles wat ze zingt maakt ze zich eigen. Zo hoop ik ook als zangeres in het leven te staan.’![]()
'Op mijn achttiende kwam ik naar Nederland en ik ga niet meer weg.’
Foto © Yvette Dolleman.
Wat betekent de Edison die je als helft van het jazz-duo Blue Sands hebt gewonnen voor je?
‘Eigenlijk wil je aan zoiets niet teveel belang aan hechten, maar ik moet toegeven dat het me wel degelijk iets doet. Het winnen van zo’n prestigieuze prijs voelt als een erkenning. Op mijn achttiende kwam ik naar Nederland en ik ga niet meer weg.’
Je schrijft zelf ook liedjes. Is dat een pad dat je in de toekomst vaker wilt bewandelen?
‘Ik heb een aantal liedjes geschreven, voor Blue Sands en voor anderen in verschillende talen en ook voor reclamespotjes. Toch zie ik mezelf vooral als uitvoerend zangeres. Ik maak graag gebruik van de geweldige componisten en liedschrijvers die de Nederlandse archieven te bieden hebben!’
Om de verschijning van Nazomer luister bij te zetten organiseerde Esther Van Hees een presentatieavond op wat je de geboorteplek van dit album mag noemen: het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. De zangeres bewoog zich gemakkelijk tussen de goed op elkaar ingespeelde muzikanten over het podium. Ze vertelde onderhoudend en geestig en ze ontroerde met doorleefde interpretaties van de door haar gekozen stukken. Aan de enthousiaste reacties van het publiek te merken, mag ze het Dutch Songbook wel vaker openen.
Nazomer
Esther van Hees – Télès Music
'Burgemeester Breekmanlaan'.