‘We hebben allemaal een vader, of hij er nu wél was of niet’
INTERVIEW
door: Jeroen Jansen
Ed Verhoeff: 'Vaderschap is iets groots en tegelijk heel alledaags, die spanning wilde ik in muziek vangen.' Foto © Corbino.
Met ‘Dear Fathers’ zet gitarist en componist Ed Verhoeff misschien wel zijn meest persoonlijke statement tot nu toe neer. De plaat draait om vaderschap, in de breedste zin van het woord. “Ik heb twee kinderen,” vertelt hij. “Voor mijn dochter had ik ooit al een liedje geschreven dat ik naast haar bed componeerde. Mijn zoon Saul, de oudste, plaagde me wel eens: ‘Hé, ik heb nog geen eigen liedje.’ En hij had gelijk. Dat was eigenlijk het begin van ‘Dear Fathers’.”
Het eerste stuk dat Verhoeff schreef, werd ‘Dear Fathers (for Saul)’, ontstaan in de luwte van de coronajaren. Geen bedacht concept, maar een directe reactie op die ene opmerking thuis. “Dat heb ik niet vanuit een soort compositietruc gedaan,” zegt hij. “Ik ben gewoon alleen maar aan hem gaan denken. Er kwam een soort golfbeweging van herinneringen, gevoelens, beelden. Dat hoor je waarschijnlijk alleen als je het weet, maar dat maakt niet uit. Voor mij zit het er helemaal in.”
Vanuit die ene compositie verbreedde het perspectief vanzelf. Het ging niet langer alleen over één kind, maar over vaderschap in het algemeen en eigenlijk over de hele, vaak complexe relatie tussen vaders en kinderen. “We hebben allemaal een vader,” zegt Verhoeff. “Of hij er nu wél was of niet, goed of slecht was, stimulerend of juist afwezig: we zijn er allemaal door geraakt. Dat vind ik iets groots en tegelijk heel alledaags. Die spanning wilde ik in muziek vangen.”![]()
“Improvisatie is belangrijk, maar het stuk zelf moet kunnen blijven staan
als lied." Foto © Iwan de Brabander.
Liedjes als uitgangspunt
Wat meteen opvalt, is hoe sterk ‘Dear Fathers’ in liedjes denkt. De stukken hebben duidelijke melodieën, een kop en een staart, en laten zich makkelijk meeneuriën zonder dat de muziek oppervlakkig wordt. “Ik hou van liedjes,” zegt Verhoeff daarover. “Improvisatie is belangrijk, maar het stuk zelf moet kunnen blijven staan als lied. In een ideale wereld zit TivoliVredenburg vol, iedereen zingt mee, en ondertussen spelen wij onze jazzsolo’s. Dat idee zit ergens achter ‘Dear Fathers’: het moet om het liedje draaien.”
Die focus op het lied sluit aan bij hoe Verhoeff componeert. Soms begint het met een klein melodisch motief of een akkoordkleur, soms met een sfeer die hem overvalt op onverwachte momenten. “Dat kan gewoon in de auto gebeuren,” vertelt hij. “Ik denk aan iets of iemand, daar komt een kleur bij, een soort emotie. Later, als ik de rust heb, vertaal ik dat op de gitaar.”
Een vaste werkplek is er wel, maar niet heilig. “Ik heb een kamer die belangrijk voor me is, maar het hoeft niet per se daar. Het gaat meer om de omstandigheden: rust, niemand om me heen. Soms zit ik in mijn kamer, soms in de tuin als het prachtig weer is en ik het rijk alleen heb. Dan zit ik gewoon buiten met de gitaar.”![]()
Ed Verhoeff Quartet: “Ik zoek vooral mensen met wie ik graag speel, als mens en als muzikant.” Foto © Roelof Mulder.
Deze band staat in dienst van het lied
Voor ‘Dear Fathers’ stelde Verhoeff een kwartet samen . Naast hemzelf op gitaar horen we bassist Mark Haanstra, drummer Yoràn Vroom en pianist/toetsenman Marcus Olgers. De bezetting is geen toeval. “Ik zoek vooral mensen met wie ik graag speel, als mens en als muzikant,” legt hij uit. “In dit kwartet is niemand bezig met: ‘Nu is het míjn beurt om te shinen.’ Behalve tijdens solo’s uiteraard. Iedereen is bezig met de muziek, met het lied.”
Vooral over Olgers is hij uitgesproken. “Marcus komt uit een iets andere hoek dan ik, en dat intrigeerde me. Hij is heel erg met het liedje bezig. Hij speelt niet ‘ik ga nu een pianotruc doen’, maar: wat heeft dit stuk nodig? Hij voelt bijna als een producer in de band, en dat vind ik geweldig.”
Ook de ritmesectie is zorgvuldig gekozen. “Mark heeft een hele brede achtergrond, van klassiek tot impro, en dat hoor je. En Yoràn is een enorme sturende kracht: hij geeft de muziek zoveel energie. Met z’n drieën vormen ze een fundament waarover ik me heel vrij voel. Ik stuur wel als componist, maar ik vertrouw er ook op dat zij iets toevoegen waar ik zelf niet op zou komen.”
Van podium naar studio en weer terug
De stukken voor ‘Dear Fathers’ kregen eerst ruim baan op het podium voordat de band de studio in ging. “Ik wilde dat de muziek al geleefd had,” zegt Verhoeff. “Dat we wisten waar de stukken heen wilden, waar we konden ademen en waar het juist moest knallen.”
De studiopraktijk bleek vervolgens minder romantisch dan het beeld van vier muzikanten in één ruimte. “We zaten niet allemaal bij elkaar,” vertelt hij. “De drums stonden in een aparte kamer, we werkten veel met koptelefoons en een videoscherm. Dat is een heel andere energie dan ‘met z’n allen in één ruimte’. Ik merkte dat ik er moeilijk in kwam.”
In de studio nam hij een opvallend besluit: “Ik ben me gaandeweg meer gaan focussen op de band, ritmesectie, ensemble, en mijn eigen partij desnoods later repareren. Dat was best even slikken voor een gitarist,” lacht hij. “Maar het belangrijkste vond ik dat de liedjes goed uit de verf kwamen. Als ik dan later een nootje moet overdoen om dat te dienen, dan is dat maar zo.”![]()
“Ik wilde dat de muziek al geleefd had, dat we wisten waar de stukken
heen wilden." Foto © Corbino.
Doe-het-zelf tot en met de DDP
Opvallend is dat ‘Dear Fathers’ volledig in eigen beheer is uitgebracht. Geen label op de achtergrond dat de administratie afvangt: Verhoeff deed alles zelf. “Ik ben voor dit album ineens ook producent geworden,” zegt hij. “ISRC-codes aanvragen, Buma/Stemra, het maken en checken van het DDP-bestand, drukwerk, distributie: alles kwam op mijn bordje.”
Met gevoel voor zelfspot vertelt hij over de laatste fase. “Ik heb mezelf drie kwartier zitten kwellen toen ik vanuit de fabriek de vraag kreeg de DDP-proof van begin tot eind te luisteren. Dit voordat ze tot persen zouden overgaan en ik voor de zoveelste keer weer naar mezelf moest luisteren. En je raadt het al: bij het laatste nummer ontdekte ik dat er een stukje van 3 seconden ontbrak. Ineens stopte de muziek! Dan voel je die verantwoordelijkheid opeens heel scherp,” zegt hij. “Maar als het dan uiteindelijk klopt, geeft dat ook een enorme voldoening. Dan is het écht je eigen plaat.”
Live groeit ‘Dear Fathers’ door
Op het podium gaat de ontwikkeling van ‘Dear Fathers’ gewoon verder. De structuren staan, maar binnen die vorm is er alle ruimte voor verschuivingen in dynamiek en improvisatie. Soms klinkt de band bijna kamermuzikaal, dan weer stevig groovend met duidelijke pop- en rockinvloeden. “Live merk ik dat de thema’s nog meer gaan leven,” zegt Verhoeff. “Mensen herkennen dingen uit hun eigen leven erin, ook al kennen ze het verhaal achter de stukken niet. Dat vind ik misschien wel het mooiste compliment.”
Concerten Dear Fathers:
21/01 Theater de Bussel, Oosterhout
22/01 TivoliVredenburg / Club Nine, Utrecht
31/01 Muziekgebouw Eindhoven / Blue Note Club, Eindhoven
07/03 Hothouse, Leiden
12/04 Beauforthuis, Austerlitz
23/04 Paard / ProJazz @ GR8, Den Haag
27/05 Jazzpodium Amersfoort, Amersfoort
Zie ook:
Beluisteren via Spotify.
Father to Son.
