Jacob Karlzon bewijst dat Scandinavisch ook warmbloedig kan zijn
CONCERTRECENSIE. Jacob Karlzon Quartet, Kultur Hinterm Feld, Dötlingen, 10 april 2026
beeld: Oliver Saul
door: Jeroen Jansen
Als je in Nederland op zoek gaat naar Jacob Karlzon, kom je van een koude kermis thuis. De Zweedse pianist, al ruim dertig jaar één van de meest originele stemmen van de Zweedse jazzscene, is hier slechts mondjesmaat te zien en te horen. Dat is opmerkelijk voor iemand die door heel Europa toert en die inmiddels bij Kultur Hinterm dem Feld in het Nedersaksische Dötlingen zo’n vaste gast is geworden dat het kleine, uitstekend georganiseerde podium zelfs een speciale avond organiseerde gewijd aan één vraag: welk brein schuilt er eigenlijk achter zijn muziek?
![]()
De Zweedse pianist Jacob Karlzon en zijn project Questar met slagwerker Robert Ikiz.
Questar
Wie dat brein gezien zijn Zweedse achtergrond koppelt aan het ECM-label, of aan de strakke, cerebraal koele stroming die zoveel Scandinavische musici typeert, heeft het mis. Karlzon past niet in dat plaatje. Zijn muziek is warmbloedig, opwindend, soms bijna fysiek in de manier waarop ze je meeneemt. Hij speelde in uiteenlopende formaties, met onder anderen gitarist Peter Almqvist, bassist Mattias Hjorth en zangeres Viktoria Tolstoi. Zijn Questar project, dat hij al enkele jaren met wisselende bezettingen uitvoert, draagt al die ervaringen in zich mee. In Nederland was hij de laatste jaren vrijwel uitsluitend te zien in de formatie van Dominic Miller, de gitarist die zijn naam vooral dankt aan zijn jarenlange samenwerking met Sting. Voor de tour die hem op 10 april naar Dötlingen bracht, trad hij aan met Mads La Cour op flugelhorn, bassist Thobias Gabrielson en drummer Robert Ikiz.
Jacob Karlzon, flugelhornist Mads La Cour en bassist Thobias Gabrielson.
Eigentijds bewustzijn
Het concert opende met ‘Running’, en meteen was duidelijk dat Karlzon er zin in had. Zijn solo, imposant en gedreven, zette de toon: dit ging geen avond worden van subtiele beschouwing, maar van muziek die je bij de kraag pakt. Een ouder nummer, maar in deze bezetting klonk het als nieuw geschreven. ‘Time and Time Again’ haalde de jaren tachtig naar Dötlingen, zij het gefilterd door een eigentijds bewustzijn. De echo’s van Yellowjackets en Weather Report waren onmiskenbaar, er klonken zelfs symfoniesamples door de textuur, en af en toe waande je je in de latere Miles Davis. La Cour voegde zich er perfect in, zijn flugelhorn smal en precies, nooit te veel.
‘Laika’ begon als sciencefiction. Een introductie op piano, ijl en exploratief, voor Gabrielson het over nam met zingende, bijna vocale baslijnen op zijn fretloze instrument. Zijn solo was een van de hoogtepunten van de avond, en het ‘call and response’ tussen piano en basgitaar dat erop volgde toonde hoeveel chemie er in dit kwartet zit. ‘Perpetual’ was het moment dat Robert Ikiz de schijnwerpers opzocht. De drummer opende het stuk solo, en van daaruit bouwde de band een architectuur op van drum-’n-bassachtige ritmes en dikke synthlagen, die Karlzon aanleverde met de sereniteit van iemand die precies weet waar hij naartoe wil. De Yellowjackets-invloeden doken ook hier op, steviger dan ooit.
![]()
De muziek van Karlzon ademt, er zit ruimte in, niets is vastgeroest.
Stoomwals
‘Nordic Noir’ bood even rust, al was het geen rust die je deed ontspannen. Stemmig en sereen, met lange, melancholieke baslijnen van Gabrielson en veel elektronische effecten, was dit het stuk dat het dichtst bij het ECM-geluid kwam. Maar zelfs hier bleef er een onderstroom van spanning, van iets dat elk moment kon losbarsten. Karlzon vertelde dat de meeste stukken op het programma pas de dag ervoor voor het eerst waren ingestudeerd in deze bezetting, en dat het project dit jaar wordt opgenomen. Wat dat betekent voor het optreden liet zich raden: de muziek ademt, er zit ruimte in, niets is vastgeroest.
‘Move 37’ rolde over de zaal als een stoomwals. Het kwartet in zijn puurste vorm, compact en meedogenloos voortstuwend, met Karlzon in een solo die Herbie Hancock als een dankbaar erkende inspiratiebron onthulde. Geen geheimzinnigdoenerij, geen afstandelijkheid, maar muziek die je inpakt en pas loslaat als ze er zin in heeft. En toen ‘Sweet Dreams’. Een lullaby als afsluiter, tenger en teder, een moment van volkomen stilstand na alles wat eraan voorafging. Het publiek in Dötlingen liet het over zich heen komen. Dat Karlzon in Nederland zo weinig te zien is, blijft een gemiste kans. Wie hier was, weet dat beter dan wie ook.
