Al Di Meola, de virtuoos als curator van zijn eigen verleden
CONCERTRECENSIE. Al Di Meola, De Doelen, Rotterdam, 16 mei 2026
beeld: Ron Beenen
door: Jeroen Jansen
Al Di Meola noemt zichzelf tegenwoordig graag ‘The Guitarchitect’. Het is een titel die zowel ambitie als controle suggereert, en precies dat kreeg het Rotterdamse publiek vrijdagavond voorgeschoteld tijdens een bijna tweeënhalf uur durend concert in De Doelen. De Amerikaanse gitarist presenteerde een uitvoerig overzicht van zijn carrière, met veel aandacht voor zijn mediterrane en flamenco georiënteerde werk, zijn Beatles-projecten en de gloriedagen waarin hij samenwerkte met grootheden als Paco de Lucía, Chick Corea, Carlos Santana en Jan Hammer. Tegelijkertijd drong zich ook een andere vraag op: hoeveel nieuwe vleugels bouwt deze architect anno 2026 nog werkelijk aan zijn muzikale bouwwerk?
![]()
Al Di Meola werd in Rotterdam begeleid door gitarist Peo Alfonsi en percussionist Sergio Martinez.
Mediterrane romantiek
Het publiek in De Doelen leek voor een belangrijk deel afkomstig uit de generatie die Di Meola leerde kennen tijdens zijn jaren bij Return to Forever en de legendarische akoestische gitaarprojecten met Paco de Lucía en John McLaughlin. Vooral die laatste groep kwam volop aan zijn trekken. Vanaf opener ‘Vizzini’ werd duidelijk dat Di Meola tegenwoordig vooral inzet op een zorgvuldig gecureerde esthetiek van mediterrane romantiek, technisch raffinement en nostalgische grandeur.
‘Tears of Hope’ en vooral ‘Fandango’, beide afkomstig van zijn tijdens de coronaperiode opgenomen recente werk, behoorden tot de sterkste momenten van de avond. In die stukken klonk Di Meola nog altijd als de meester van de Spaans getinte melodische spanningsbogen, met snelle unisonolijnen en ritmische bravoure die moeiteloos applaus opriepen. Sergio Martinez speelde daarin een belangrijke rol, met energieke percussiepartijen die de muziek extra vuur gaven.
Visuele omlijsting
De visuele omlijsting versterkte ondertussen het retrospectieve karakter van het concert. Gedurende vrijwel de hele avond werden projecties getoond van mediterrane landschappen, straatbeelden, zonsondergangen en nachtelijke stadsgezichten met een hoog Bob Ross-gehalte. Daarnaast verschenen ook foto’s uit Di Meola’s gloriedagen, waarop hij te zien was naast Corea, Santana, Paco de Lucía en Hammer. Veelzeggend genoeg voelden juist die vergeelde beelden als de sleutel tot de avond: herinneringen aan een tijd waarin Di Meola nog werkelijk een avonturier binnen de jazzfusion was.
![]()
‘In My Life’ en ‘Because’ zorgden voor een van de meest ingetogen momenten van de avond.
Gedateerd
Want hoe indrukwekkend zijn techniek ook blijft, de muziek klonk opvallend gedateerd. Waar generatiegenoten als Pat Metheny en John Scofield zichzelf voortdurend in nieuwe muzikale situaties plaatsen, lijkt Di Meola zich vooral te richten op het perfectioneren van een stijl die al decennia grotendeels onveranderd is gebleven.
Ook de rolverdeling op het podium onderstreepte dat beeld. Peo Alfonsi bleek een uitstekende tweede gitarist, maar kreeg zelden de ruimte om werkelijk buiten Di Meola’s kaders te treden. Een veelzeggend moment ontstond toen Alfonsi tijdens een praatje van Di Meola zijn gitaar begon te stemmen en onmiddellijk streng tot de orde werd geroepen. Het tekende de hiërarchische sfeer van het concert: de begeleiders functioneerden vooral als verlengstukken van Di Meola’s muzikale visie.
Beatles
Na de pauze, voorafgegaan door een enigszins curieuze promotie voor Di Meola’s eigen cateringactiviteiten, verschoof het accent richting zijn Beatles-project. Di Meola noemt dat zelf een van zijn meest geslaagde ondernemingen, en stukken als ‘In My Life’ en ‘Because’, uitgevoerd met een levensgrote projectie van John Lennon achter hem, zorgden voor een van de meest ingetogen momenten van de avond. Ook ‘Ava’s Dance in the Moonlight’, geïnspireerd op zijn dochter die danste op de Notenkrakersuite van Tsjaikovski, bracht kort wat lyrische verstilling.
Flamencoklapjes
‘Immeasurable 3’, voorzien van flamencoklapjes en vurige ritmiek, en het aan Paco de Lucía opgedragen ‘Azzura’ riepen vervolgens nog eenmaal de oude intensiteit van Di Meola’s muziek op. Maar naarmate de avond vorderde begon de enorme lengte van het concert ook steeds zwaarder te wegen. Wat aanvankelijk indrukwekkend was in beheersing en vakmanschap, werd gaandeweg ook vermoeiend door het gebrek aan risico, frictie en echte muzikale openheid.
Di Meola bewees in Rotterdam nog altijd een fenomenaal gitarist te zijn. Maar waar zijn muziek vroeger avontuur en onvoorspelbaarheid uitstraalde, overheerst nu vooral controle. Het bouwwerk staat nog fier overeind, maar de architect lijkt al geruime tijd niet meer aan een radicale verbouwing begonnen.
